Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Samenstelling

Onderdeel van Reglement van orde voor de commissievergaderingen 2025

Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. Een burgercommissielid dat tijdens de eerste 2 jaar van deze raadsperiode wordt benoemd, moet tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst van zijn fractie hebben gestaan. Na 2 kalenderjaren is dit geen eis meer. De artikelen 10, tot en met 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. Per fractie worden per zittingsperiode maximaal twee burgercommissieleden door die fractie aangewezen als burgercommissielid. Deze burgercommissieleden mogen eenmaal worden vervangen. De vertegenwoordiging vanuit de raadsfracties, wordt door de raadsfracties zelf geregeld. Het is raadsleden tijdens de commissievergadering toegestaan om tussen de agendapunten van plaats te wisselen met deelnemende raadsleden of burgercommissieleden. Dit is alleen voorbehouden aan raadsleden. Er kan niet worden gewisseld voor een burgercommissielid. Een burgercommissielid wordt door de voorzitter van de raad opgeroepen om in een raadsvergadering in de nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte af te leggen. Voorafgaand aan het afleggen van die eed of verklaring en belofte stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van het commissielid. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw burgercommissielid op om in de vergadering van januari of september de eed of verklaring en belofte af te leggen. Voorafgaand aan het afleggen van die eed of verklaring en belofte onderzoekt de in lid vijf genoemde commissie de geloofsbrief en de daarop betrekking hebbende stukken van het commissielid. De raad benoemt de commissievoorzitters.

Rechtspraak bij dit artikel