**1..** Alle begrippen die in deze Verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders
wet: de Wet werk en bijstand
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
WSF 2000: Wet studiefinanciering 2000
Belanghebbende: de persoon als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Uitkeringsgerechtigde: de persoon als bedoeld in artikel 1, sub l van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet Suwi)
bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5, sub c van de wet
inkomensvoorzieningsnorm: de op grond van hoofdstuk 4 van de Wet investering in jongeren (WIJ) op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van artikelen 30 tot en met 34 van de WIJ door het college vastgestelde verhoging of verlaging;
gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, sub c van de wet en artikel 28 van de WIJ
vermogen: vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet
marginale inkomsten: inkomensoverschrijding boven de van toepassing zijnde inkomensgrens
peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat
referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum
refertejaar: de periode van 12 maanden voorafgaand aan de peildatum