Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2011

1.. De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: voor gehuwden € 486,00, voor een alleenstaande ouder € 436,00 en voor een alleenstaande € 341,00. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de datum waartegen de langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd bepalend. 3.. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet of artikel 23, eerste lid van de WIJ komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 4.. De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm van het daar aan voorafgaande jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel