**1..** Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 27, zevende lid en op de jaarrekening van de bedrijfsvoeringsorganisatie over het meest recent verstreken begrotingsjaar.
**2..** Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 27, zevende lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
**3..** Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende gemeente de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor de betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende gemeente of de uittredende gemeente de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Als de uittredende gemeente kiest voor betaling in termijnen kan het bestuur een rentevergoeding in rekening brengen.