Onderwijshuisvesting is, net zoals bij de meeste gemeenten, net wat anders georganiseerd dan het overige maatschappelijke vastgoed. Het juridisch eigendom van een schoolgebouw ligt bij het schoolbestuur zolang de school in het betreffende pand gehuisvest is. Het economisch claimrecht ligt bij de gemeente. Als een pand, of een deel daarvan, geen onderwijsfunctie meer vervult, valt het eigendom automatisch terug in handen van de gemeente en wordt het gebouw (of een deel daarvan) en de bijbehorende grond voor de geldende boekwaarde vanuit Onderwijshuisvesting overgedragen aan Cluster Vastgoed. Indien vastgoed dat in eigendom is van Cluster Vastgoed, benodigd is voor Onderwijshuisvesting, gaat het vastgoed en de bijbehorende grond over naar Onderwijshuisvesting tegen de boekwaarde.
Aangezien onderwijshuisvesting een belangrijke toeleverancier van panden is en er niet altijd gestuurd kan worden op het moment van levering (de keuze van het schoolbestuur is hier bepalend in), is goede en zo snel mogelijke communicatie tussen Cluster Vastgoed, Onderwijshuisvesting en andere stakeholders van groot belang. Daarmee kunnen tijdig de financiële consequenties in beeld worden gebracht en kan integrale besluitvorming over de toekomst van het pand opgestart worden. Cluster Vastgoed moet het Cluster Onderwijs zoveel mogelijk ontlasten met vastgoed gerelateerde vraagstukken en de rol van expert aannemen. Structureel overleg tussen beide clusters is noodzakelijk.
Hoofdstuk 05 › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.1
Onderwijshuisvesting
Onderdeel van Integrale Vastgoedstrategie