Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Vrijstelling; doorvaartvignetplicht

Onderdeel van Verordening Binnenhavengeld Pleziervaart 2026

1.. Geen binnenhavengeld wordt geheven voor het gebruik of genot met een pleziervaartuig dat op het openbaar water vertoeft zonder ligplaats in te nemen, waarbij onder het innemen van een ligplaats niet wordt begrepen het stilliggen in de onmiddellijke nabijheid van een brug of sluis in afwachting van de eerstvolgende bediening van die brug of sluis en het vaartuig niet onbemand wordt achtergelaten. 2.. Met uitzondering van stadsgebied Weesp geldt de vrijstelling alleen voor pleziervaartuigen waarop een doorvaartvignet is aangebracht. 3.. Het doorvaartvignet kan worden verstrekt tegen kostprijs en geldt voor het kalenderjaar van verstrekking van het doorvaartvignet en de daaropvolgende 2 kalender- jaren. 4.. De kostprijs genoemd in lid 3 bedraagt voor 2026 € 45. 5.. De vrijstelling vervalt als met het pleziervaartuig waarop het doorvaartvignet is aangebracht ge- durende de looptijd van het doorvaartvignet meer dan 1 keer ligplaats wordt ingenomen zonder dat het daarvoor geldende tarief is voldaan. 6.. In het geval als bedoeld in lid 5, wordt alsnog Binnenhavengeld Pleziervaart naar jaartarief voor dat jaar geheven. 7.. Het recht op vrijstelling vervalt eveneens bij het doen van aangifte, zoals bedoeld in artikel 11.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel