Naar hoofdinhoud
Bij overtredingen van de Wet goed verhuurderschap zal in de meeste gevallen eerst een waarschuwing worden opgelegd aan de overtreder. De kern van de waarschuwing is dat bij het voortduren van de overtreding een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom zal worden opgelegd. Als na de waarschuwing blijkt dat de Wet nog steeds overtreden wordt, volgt er een last onder dwangsom. De hoogte van de last onder dwangsom staat aangegeven in artikel 5 van deze beleidsregels. In enkele gevallen wordt het opleggen van een waarschuwing en last onder dwangsom niet mogelijk geacht. Dit omdat hier geen herstel mogelijk is. Hier volgt direct een bestuurlijke boete. De hoogte van de bestuurlijke boete staat aangegeven in artikel 6 van deze beleidsregel. Hieronder wordt per mogelijke overtreding aangegeven welk handhavingsbesluit volgt: Overtreding Waarschuwing Last onder dwangsom Bestuurlijke boete Discriminatie 0 0 ☑ Intimidatie 0 0 ☑ Te hoge waarborgsom ☑ ☑ 0 Niet schriftelijk vastleggen huurovereenkomst ☑ ☑ 0 Foutieve servicekosten ☑ ☑ 0 Geen informatieverstrekking ☑ ☑ 0 Dubbele bemiddelingskosten ☑ ☑ 0 Huurprijs hoger dan het WWS(O) toestaat ☑ ☑ 0 Te hoge huurverhoging ☑ ☑ 0 Huurovereenkomst en arbeidsovereenkomst niet in afzonderlijke documenten vastgelegd (bij verhuur aan internationale werknemers) ☑ ☑ 0 Niet informeren over rechten en plichten in een begrijpelijke taal (bij verhuur aan internationale werknemers) ☑ ☑ 0

Rechtspraak bij dit artikel