Een gevonden voorwerp wordt niet afgegeven aan claimant als:
het gevonden voorwerp na registratie is gevorderd door de politie in verband met een vermoedelijk misdrijf;
de ambtenaar niet objectief kan vaststellen of claimant rechthebbende op het voorwerp is;
de ambtenaar het sterke vermoeden heeft dat claimant niet rechthebbende op het voorwerp is;
de claimant zich niet kan of niet wil legitimeren;
de in artikel 4, lid 3 of lid 5 bedoelde bewaartermijn is verstreken en de vinder zich niet tijdig heeft gemeld zoals omschreven in artikel 4, lid 6.
[Artikel 7, onderdeel e bevat een kennelijke verschrijving: waar wordt verwezen naar artikel 4, lid 3 of lid 5, wordt artikel 4, lid 4 of lid 6 bedoeld en waar wordt verwezen naar artikel 4, lid 6, wordt artikel 4, lid 7 bedoeld]
wanneer het voorwerp redelijkerwijs niet meer ter beschikking kan worden gesteld aan de oorspronkelijke rechthebbende.