Aan de vergunning kan het bevoegde gezag onder andere de volgende voorwaarden verbinden:
dat binnen een bepaalde termijn moet worden herplant;
dat overeenkomstig de door het bevoegde gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant;
dat indien vaststaat dat niet ter plaatse kan worden herplant, er voorafgaand aan de kap een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in de gemeentelijke fondsvoorziening “Herplant bomen en groen”;
dat in het voorschrift als bedoeld in het eerste en tweede sublid van dit artikel voor niet aangeslagen beplanting telkens wordt bepaald op welke wijze de niet aangeslagen beplanting moet worden vervangen en binnen welke termijn na de herplant, de nieuwe herplant dient te geschieden;
dat aan de vergunning het voorschrift dat pas tot vellen van de beschermde houtopstand op en bij activiteiten bij bouw en bij het uitvoeren van werkzaamheden of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie met enige gevolgen voor de fysieke leefomgeving mag worden overgegaan zodra andere ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of omgevingsrechtelijke procedures onherroepelijk zijn geworden en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende is gewaarborgd worden opgenomen;
dat in geval van activiteiten met betrekking tot bouw- verbouw of bij het uitvoeren van werkzaamheden nabij een beschermde houtopstand het voorschrift tot het opstellen en overleggen van een BEA gericht op het behoud van de houtopstand en de waardevolle groenstructuur;
voorwaarden in het belang van een fysieke leefomgeving.