Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Criteria vergunning beschermde houtopstanden Groene Kaart

Onderdeel van Verordening beschermd groen Gemert-Bakel

1.. Het bestuursorgaan kan de vergunning om te vellen van een beschermde houtopstand als bedoeld in artikel 7 eerste lid weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen. 2.. De vergunning voor het vellen van een beschermde houtopstand kan worden geweigerd als: gebleken is dat er alternatieven voor het vellen zijn of mogelijk zijn tot behoud, of; het duurzaam behoud van de beschermde houtopstand zwaarder weegt dan een maatschappelijk belang, of; naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van de houtopstand verantwoord is om letsel of schade te voorkomen, of; blijkt dat de boom niet gevaarlijk, niet ziek, niet in slechte staat verkeerd of niet dood is; blijkt dat het doel van het vellen enkel alleen is voor het beter laten functioneren van zonnepanelen, zonnecollectoren en/of kleine windmolens of vergelijkbare doelen; Het college weigert een omgevingsvergunning voor het vellen van een boom of houtopstand als de belangen van het vellen van de boom of houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud op basis van één of meer van de volgende intrinsieke waarden: Omvang/formaat; natuurwaarde; cultuur(historie); beeldbepalendheid; zeldzaamheid. 3.. Het bevoegd gezag kan als een beschermde houtopstand direct gevaar oplevert waardoor noodkap noodzakelijk is, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen, direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel