Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering.
Het doel van een proefplaatsing is de arbeidsinschakeling van de persoon bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet.
De proefplaatsing kan worden ingezet om een persoon, zoals bedoeld in het eerste lid, bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te laten verrichten mede met het oog op een reële vaststelling van de loonwaarde.
Voor een proefplaatsing wordt uitsluitend toestemming verleend als:
de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is;
het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling;
de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en
de werkgever de intentie heeft de kandidaat, bij goed functioneren, na afloop van de proefplaatsing een arbeidsovereenkomst van minimaal 6 maanden aan te bieden zonder proeftijdbeding.
Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk.
Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn waardoor iemand meer tijd nodig heeft om te laten zien dat hij geschikt is voor het werk, zoals de ernst van een ziekte of beperking en/of de complexiteit van het werk/het wennen aan werk. In dit geval bedraagt de proefplaatsing maximaal 6 maanden.
Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3A.
Hoofdstuk 3
Artikel 13.
Proefplaats
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Landsmeer 2025