Onder ‘woning’ wordt verstaan: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. Met andere woorden, de plaats van waaruit het kind de school bezoekt. Het is daarbij niet relevant in welke gemeente de ouders en/of het kind staan ingeschreven.
Niet ter zake doet of de ouders, in de gemeente hun officiële verblijf hebben in de zin van de artikelen 10 en verder van Boek I van het Burgerlijk wetboek. Dit betekent dat als een leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, bij deze andere gemeente (in beginsel) bekostiging van de vervoerkosten van de leerling aangevraagd moet worden. Dit geldt overigens niet voor een leerling die bijvoorbeeld vanwege een vakantie van de ouders tijdelijk elders verblijft.
Hoofdstuk 5.
Artikel 25.
Woning
Onderdeel van Beleidsregels Voorzieningen Leerlingenvervoer Midden-Limburg, gemeente Weert 2026