Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing 2026

1.. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. De belasting als bedoeld in de artikelen 1.2 en 1.3 van de tarieventabel is verschuldigd per lediging van de container, dan wel per inworp in de ondergrondse container met gebruik van de afvalpas. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is: a. de belasting als bedoeld in artikel 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven; b. de belasting als bedoeld in de artikelen 1.2 en 1.3 van de tarieventabel verschuldigd over de na aanvang van de belastingplicht in het belastingjaar resterende periode. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting of rechten als bedoeld in artikel 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting of rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Vanaf het moment dat de belastingplicht eindigt, is de belasting als bedoeld in de artikelen 1.2 en 1.3 van de tarieventabel niet langer verschuldigd, voor zover er door de belastingplichtige ter zake van het voor het perceel beschikbaar gestelde inzamelmiddel geen gebruik meer wordt gemaakt na beëindiging van de belastingplicht. 5.. Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 6.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel