Naar hoofdinhoud
1.. Een pgb wordt berekend onder toepassing van artikel 17 van de Verordening. 2.. Voor een pgb voor een hulpmiddel, woningaanpassing of woonvoorziening hoeft de inwoner als pgb plan minimaal één offerte aan te leveren. Deze offerte moet in ieder geval de aanschafprijs inclusief BTW bevatten. 3.. De hoogte van het budget voor onderhoud en reparaties bedraagt: Bij nieuwe trapliften per jaar € 121,- voor maximaal 15 jaar. Bij herverstrekte trapliften per jaar € 121,- voor maximaal 10 jaar. Het jaarlijkse bedrag wordt uitbetaald nadat een factuur is ingeleverd; Bij overige woningaanpassingen of woonvoorzieningen 4,4% van het pgb. Dit bedrag wordt uitbetaald nadat de eerste factuur is ingeleverd; Bij niet-elektrische hulpmiddelen per jaar 5% van de aanschafprijs voor maximaal 7 jaar. Bij elektrische hulpmiddelen per jaar 7% van de aanschafprijs voor maximaal 7 jaar. Het jaarlijkse bedrag wordt uitbetaald nadat een factuur is ingeleverd. 4.. Het bedrag bedoeld in het tweede lid wordt met € 65,00 per jaar voor maximaal 7 jaar verhoogd indien door de inwoner een WA-verzekering voor elektrische voorzieningen is afgesloten. 5.. De inwoner moet het pgb binnen drie maanden na uitbetaling geheel of gedeeltelijk hebben gebruikt en dit het college schriftelijk bewijzen, anders moet de inwoner het pgb terug betalen. 6.. Als een inwoner een pgb ontvangt en met de middelen uit dit budget een tweedehands maatwerkvoorziening wil kopen, dient hij/zij dit bij de aanvraag kenbaar te maken. 7.. Als een inwoner een pgb ontvangt voor een nieuwe maatwerkvoorziening en hiermee zonder voorafgaande goedkeuring van het college een tweedehands voorziening koopt, wordt het verschil tussen het ontvangen pgb en de werkelijke kosten verrekend, tenzij de keuze voor de tweedehands voorziening gerechtvaardigd kan worden. Het college kan in deze er ook voor kiezen om het verschil te verrekenen met een ander pgb dat de inwoner ontvangt.

Rechtspraak bij dit artikel