Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Criteria groenstructuur en groenstroken

Onderdeel van Beleidsnota reststroken en oneigenlijk grondgebruik Gemeente Veenendaal

De gemeente bezit een waardevolle groenstructuur met daarbinnen een kenmerkend en gevarieerd bomenbestand. De gemeente heeft verschillende beleidsdocumenten waarin dit is uitgewerkt, zoals de Omgevingsvisie 2030, het Omgevingsplan 2021-2025 en het BOSSbeleid.[1] [1] BOSS staat voor Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten. Bij mogelijke uitgifte van groen is het behoud van de kwaliteit en de toekomstbestendigheid leidend. Hierbij wordt gekeken naar de groenambities (bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie en het versterken van de biodiversiteit), de kansen voor groen en de aanwezige groenkwaliteit. Dit geldt voor openbaar groen dat onder de hoofdgroenstructuur valt en voor ander kwalitatief groen. Het uitgangspunt is dat gemeentegrond niet verkocht wordt als de grond binnen een vastgestelde hoofdgroenstructuur (stadsbelang) valt of het groen betreft dat voor de buurt of de straat belangrijk is (het dient een algemeen belang). Grond wordt ook niet verkocht als op de reststrook waardevolle of monumentale bomen staan of bomen die binnen een laanstructuur vallen. Daarnaast kan bepaald worden dat grond niet voor verkoop in aanmerking komt indien gemeentelijke bomen door verkoop van een reststrook binnen twee meter van de nieuwe erfgrens komen te staan. 3.2.1 Uitzonderingen groenstructuur en groenstroken Sommige reststroken zijn al jaren in gebruik. De reststrook maakt dan al langere tijd geen onderdeel meer uit van de groenstructuur of groenstrook en/of heeft al langere tijd geen functionele waarde. In dergelijke gevallen kán de gemeente ervoor kiezen de grond (gedeeltelijk) te huur of te koop aan te bieden, mits er op basis van de andere toetsingscriteria geen bezwaren zijn voor verhuur of koop. In deze situaties gaat verhuur boven verkoop. De gemeente levert in een dergelijke situatie maatwerk.

Rechtspraak bij dit artikel