Op verschillende plekken binnen de gemeente wordt gebruik gemaakt van gemeentegrond zonder dat daar afspraken over zijn gemaakt. Dit noemen we oneigenlijk gebruik van reststroken. Oneigenlijk gebruik van reststroken komt bijvoorbeeld voor wanneer bewoners delen van de openbare ruimte, zoals een groenstrook grenzend aan hun tuin, betrekken bij hun bestaande tuin. Ook bedrijven kunnen oneigenlijk gebruik maken van reststroken, bijvoorbeeld door het aanleggen van parkeerplaatsen op gemeentegrond. Dit kan voor de gemeente belemmeringen opleveringen, bijvoorbeeld bij toekomstige plannen, zoals wijkvernieuwingsprojecten.
Daarnaast ontstaat door het oneigenlijk gebruik van reststroken:
Rechtsongelijkheid tussen bewoners
Er zijn situaties waarin een bewoner in het verleden een reststrook heeft gekocht, terwijl een buurman een soortgelijke strook gebruikt zonder afspraken met de gemeente. Dit leidt tot rechtsongelijkheid.
Onduidelijkheid over eigendomsgrenzen
Voor zowel de gemeente als bewoners is het niet altijd duidelijk welke grond tot de openbare ruimte behoort en welke privé-eigendom is.
Op basis van artikel 160 lid 3 van de Gemeentewet heeft de gemeente de wettelijke plicht om het (oneigenlijk) gebruik van reststroken te reguleren, eigendommen te beschermen en verjaring te voorkomen. Daarom is de gemeente voornemens om, waar sprake is van oneigenlijk gebruik, alsnog duidelijke afspraken te maken over het gebruik van deze gronden.
De gemeente heeft verschillende mogelijkheden om het gebruik van reststroken met bewoners te regelen:
Uitgifte van de reststrook;
Ontruiming van de reststrook (eventueel door middel van handhaving);
Verjaring van de reststrook.
Deze mogelijkheden worden in de volgende paragrafen toegelicht.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsnota reststroken en oneigenlijk grondgebruik Gemeente Veenendaal