Naar hoofdinhoud
1.. Gedeputeerde Staten verlenen slechts een tegemoetkoming, indien en voor zover naar hun oordeel de aanvrager de schade niet had kunnen voorkomen en beperken door het treffen van maatregelen of inspanningen waartoe de aanvrager naar eisen van redelijkheid en billijkheid was gehouden. Preventieve maatregelen 2.. Maatregelen of inspanningen ter voorkoming en beperking van schade, waarvan Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat deze redelijkerwijs van een aanvrager verlangd kunnen worden, zijn in elk geval: voor hoog en midden salderende gewassen: de inzet van twee verschillende middelen als bedoeld in de Faunaschade Preventiekit; voor schade specifiek door zoogdieren aan hoog salderende gewassen: het tijdig plaatsen van een raster, zoals beschreven in de Faunaschade Preventiekit; voor laag salderende gewassen: verjaging door menselijke aanwezigheid of middelen als bedoeld in de Faunaschade Preventiekit; voor laag salderende gewassen specifiek in de kwetsbare periode: de inzet van twee verschillende middelen als bedoeld in de Faunaschade Preventiekit; voor schade door zoogdieren aan gehouden landbouwhuisdieren: het tijdig plaatsen van een raster als bedoeld in de Faunaschade Preventiekit; specifiek voor schade door wolven aan gehouden landbouwhuisdieren, enkel binnen het door de provincie aangewezen maatregelen gebied: het tijdig plaatsen van een raster als bedoeld in de Faunaschade Preventiekit; alternatieve middelen waarvan het gebruik vooraf schriftelijk aan BIJ12 is voorgelegd en zij daarmee hebben ingestemd. Ter ondersteuning van de preventieve maatregelen: 3.. Een tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door natuurlijk in het wild levende dieren, van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, waarvoor ingevolge artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de wet een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna activiteit kan worden verleend, wordt slechts verleend indien: de omgevingsvergunning op deugdelijke wijze en tijdig, vooraf of uiterlijk op de dag van schadeconstatering, is aangevraagd en op inhoudelijke gronden door Gedeputeerde Staten is geweigerd of niet in behandeling is genomen, en dit de aanvrager niet te verwijten is; of de omgevingsvergunning (of machtiging/toestemming tot gebruik van een bestaande omgevingsvergunning) op deugdelijke wijze en tijdig, vooraf of uiterlijk op de dag van schadeconstatering, is aangevraagd en, nadat deze is verleend, daarvan op adequate wijze gebruik is gemaakt en er desondanks schade is opgetreden. In afwijking van het derde lid hoeft geen omgevingsvergunning aangevraagd te worden bij schade die optreedt door soorten genoemd in bijlage 2. 4.. Als sprake is van een vrijstelling van de omgevingsvergunningplicht voor flora- en fauna activiteiten, met beperkingen als bedoeld in artikel 6, onder b, moet adequaat gebruik zijn gemaakt van deze vrijstelling, om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen. 5.. Om het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning of vrijstelling van de vergunningplicht te toetsen, geeft de aanvrager in het schade registratie systeem (SRS) akkoord, zodat BIJ12 de verrichte bejaagacties kan inzien in het systeem. De bejaagacties worden tijdig, binnen twee weken nadat aanvrager de bevestiging taxatie heeft ontvangen, in het schade registratie systeem (SRS) ingevoerd. Het niet tijdig en/of niet volledig aanleveren van de gevraagde gegevens kan tot afwijzing van de aanvraag leiden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel