Uitsluitingen in verband met diersoort. Geen tegemoetkoming wordt verleend:
indien de schade is aangericht door een diersoort met betrekking waartoe krachtens artikel 5.2, derde lid, van de wet, flora- en fauna-activiteiten zijn vrijgesteld van de omgevingsvergunningplicht;
indien de schade is aangericht door een diersoort met betrekking waartoe krachtens artikel 5.2, eerste lid, van de wet, flora- en fauna-activiteiten bij verordening zijn vrijgesteld van de omgevingsvergunningplicht, tenzij aan die vrijstelling voorwaarden, beperkingen of clausules zijn verbonden waardoor deze feitelijk gelijkgesteld moet worden aan een omgevingsvergunning verleend op basis van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet;
voor schade door een diersoort met betrekking waartoe een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit krachtens artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet is verleend, waarbij in de verleende omgevingsvergunning geen of nauwelijks bepalingen zijn opgenomen die de schadebestrijding in de weg staan;
voor schade veroorzaakt door een diersoort, vermeld in artikel 8.3, vierde lid, van de wet, waarop de minister de jacht heeft geopend, met uitzondering van de wilde eend en de houtduif buiten de periode waarin de jacht op deze diersoorten is geopend;
indien de schade is aangericht door de huisspitsmuis, bosmuis, veldmuis of de mol, en voor flora- en fauna-activiteiten met betrekking tot deze soorten een omgevingsvergunning of een vrijstelling van de omgevingsvergunningplicht geldt in verband met de bestrijding van schade aan landbouwgewassen.
Uitsluitingen in verband met locatie/functie percelen. Geen tegemoetkoming wordt verleend:
voor schade aangericht op gronden gelegen binnen een in het omgevingsplan of de omgevingsverordening begrensde bebouwingscontour;
voor schade op gronden binnen een straal van 500 meter van een vuilstortplaats, tenzij de schade is aangericht op gronden die zijn aangewezen als ganzenrustgebied door een schadeveroorzakende soort die, in de periode dat de schade is veroorzaakt, niet mocht worden verontrust of gedood;
voor schade aangericht aan geteelde gewassen in een kas, of gehouden dieren in een stal;
indien de schade is aangericht aan gewassen op gronden:
die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland en met een natuurbeheertype staan aangegeven op de beheerkaart behorend bij het vigerend natuurbeheerplan, buiten de ganzenfoerageergebieden, in de periode dat deze van kracht zijn; of
In afwijking van lid i. onder a., wordt een tegemoetkoming verleend als: (overgangssituatie)
de grond meerjarig wordt gepacht;
de betreffende pachtovereenkomst voor 4 november 2025 is afgesloten; en
de aanvraag is ingediend voor 4 november 2027.
[artikel 4.6 onderdeel ii en iii, bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: de betreffende pachtovereenkomst voor 11 november 2025 is afgesloten; en de aanvraag is ingediend voor 11 november 2027.]
waaraan beperkingen ten aanzien van het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten zijn verbonden; of
die feitelijk niet voor landbouwkundige doeleinden worden gebruikt; of
die een functie hebben als waterkering.
Uitsluitingen in verband met (moment van) de teelt. Geen tegemoetkoming wordt verleend:
indien de schade is aangericht aan blijvend grasland in de maand oktober (najaarsgras);
indien de schade is aangericht aan blijvend grasland in de periode 1 oktober tot en met 31 januari daaropvolgend, en het grasgewas bestemd is voor beweiding met schapen;
voor schade aan knol-, bol- en wortelgewassen die na 30 november ontstaat en waarvoor de tegemoetkomingsaanvraag na 30 november wordt ingediend; met uitzondering van onderdekkersteelten en bloembollen;
voor schade door vogels aan steenvruchten, zacht fruit en kleinfruit;
indien de schade is aangericht aan gewassen die geteeld worden voor de verbetering van een ras (veredeling), of vermeerdering van het veredelde gewas;
indien de schade is aangericht aan bijproducten van gewassen; aan geoogste gewassen, aan opgeslagen voedergewassen, groenbemesters, verpakte voedergewassen.
Uitsluitingen in verband met overige redenen. Geen tegemoetkoming wordt verleend:
indien door handelen of nalaten van de aanvrager de taxateur de schade niet meer kan taxeren, in elk geval als aanvrager het beschadigde gewas al geoogst of heringezaaid heeft, of als er vee is ingeschaard;
indien de aanvrager het beschadigde gewas niet meer zal oogsten, of het betreffende perceel niet meer in gebruik zal nemen;
voor schade aangericht aan materialen die worden aangewend voor het (tijdelijk) afdekken van gewassen;
indien het risico van faunaschade door een beschermde diersoort verzekerbaar is, bij tenminste twee in Nederland werkzame verzekeringsmaatschappijen;
indien de schade is veroorzaakt door een ziekte;
in andere gevallen, waarin Gedeputeerde Staten oordelen dat de schade redelijkerwijs ten laste van de aanvrager behoort te blijven;
aan een aanvrager ten aanzien van wie een bevel tot terugvordering (artikel 1, vierde lid, onder a, van de LVV) uitstaat vanwege een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij eerder verleende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;
aan een aanvrager wiens onderneming in moeilijkheden verkeert, tenzij de onderneming een onderneming in moeilijkheden is geworden door verliezen of schade als gevolg van het herstel van door beschermde dieren veroorzaakte schade (artikel 1, vijfde lid 5 jo. artikel 29 van de LVV).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6