Naar hoofdinhoud
1.. Gedeputeerde Staten stellen uitsluitend een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 11.119, tweede lid, van het Bal, waarbij van de meldplicht als bedoeld in artikel 11.126, eerste lid, van het Bal wordt afgeweken, vast indien daartoe een verzoek is gedaan door de grondeigenaren en aan de voorwaarden genoemd in het tweede lid is voldaan. Een dergelijk maatwerkvoorschrift wordt uitsluitend gesteld voor bepaalde tijd met een maximum van vijf aaneengesloten jaren. 2.. Het in het eerste lid genoemde maatwerkvoorschrift wordt alleen gesteld: voor vellingen waarbij op dezelfde plaats wordt herbeplant. de eigenaar is gecertificeerd in het kader van het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer en heeft het beheer over minimaal 1000 hectare aan houtopstanden in de provincie Utrecht; bij het indienen van het verzoek een kaart is bijgevoegd, waarop de terreinen van het verzoeken zijn weergegeven en de locaties van oude bosgroeiplaatsen, cultuurhistorische waardevolle oude bossen en de waardevolle landschapselementen. 3.. Gedeputeerde Staten nemen in het maatwerkvoorschrift op: de verplichting voor de grondeigenaar om het vellen van houtopstanden en herbeplanten in een boekhouding bij te houden. Deze boekhouding wordt jaarlijks uiterlijk op 1 februari aan Gedeputeerde Staten gestuurd; een voorschrift waarin is neergelegd dat de afwijking van de meldplicht alleen geldt voor die houtopstanden die geen oude bosgroeiplaatsen, cultuurhistorische waardevolle oude bossen en de waardevolle landschapselementen zijn. De kaart als bedoeld onder c van het tweede lid van dit artikel, wordt daartoe toegevoegd aan en maakt deel uit van het maatwerkvoorschrift. 4.. Gedeputeerde Staten beperken een maatwerkvoorschrift zoals bedoeld in het eerste lid zodanig dat de houtopstanden die genoemd worden onder artikel 5.5 van deze beleidsregels buiten dit maatwerkvoorschrift vallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel