Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:12

Maken of veranderen van een uitweg

Onderdeel van APV: Algemene plaatselijke verordening Midden-Delfland 2025

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. In afwijking in het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: In het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg zoals uitgewerkt in de Beleidsregels uitwegen; Als de uitweg ten koste gaat van de bruikbaarheid van de weg zoals uitgewerkt in de Beleidsregels uitwegen; In het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving zoals uitgewerkt in de Beleidsregels uitwegen; In het belang van de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente zoals uitgewerkt in de Beleidsregels uitwegen; 3.. In aanvulling op het tweede lid wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid geweigerd als het gebruik van de uitweg in strijd is met het omgevingsplan en de aanvraag omgevingsvergunning niet voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet. 4.. Het verbod is niet van toepassing beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel