Voor de toepassing van de verordening wordt verstaan onder:
Gft-afval: groente-fruit-en tuinafval.
Restafval: huishoudelijk afval dat niet gescheiden ingeleverd wordt.
Individuele container: een door de gemeente verstrekt inzamelmiddel dat is toegewezen aan een specifiek huishouden en/of perceel, bestemd voor de inzameling van gft-, restafval en, met ingang van 1 april 2026, papier.
Gemeenschappelijke container: gemeentelijk inzamelmiddel voor gft- en restafval met een inhoud van 1.100 liter.
Ondergrondse container: gemeenschappelijk inzamelmiddel voor restafval waarvan de opslagruimte onder de grond is. De ondergrondse container wordt geopend met behulp van een afvalpas, waarbij elke aanbieding van de pas om de container te openen elektronisch wordt geregistreerd.
Gft-zuil: een gemeenschappelijk inzamelmiddel uitsluitend voor gft-afval bij diverse hoogbouwcomplexen. De gft-zuil wordt geopend met behulp van een afvalpas, waarbij elke aanbieding van de pas om de zuil te openen elektronisch wordt geregistreerd.
Woning: individueel perceel waarvoor op basis van de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Het uitgangspunt hierbij is een (deels) tot woning dienend object uit de WOZ-administratie.
Appartement: woning in een groep van meerdere woningen waarvoor de gemeente dezelfde gemeenschappelijke bovengrondse of wel een ondergrondse container of wel individuele container of wel gft-zuil ter beschikking heeft gesteld.
Vastrecht: de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel.
Diftar: de variabele heffing naar gewicht, aanbieding of per aanbieding van de afvalpas zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel.
Milieustraat: de afvalinzamelstations aan de Weteringweg in Waalwijk en aan de Dullaertweg in Sprang-Capelle.
Huishoudelijk afval: afval afkomstig van particulieren.