Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.7

Artikel 5

De grondslag voor de subsidieverlening kleine kernen per locatie

Onderdeel van Subsidieregeling Koggenland 2026

1.. Het college subsidieert per locatie, naast de subsidie per peuter volgens Artikel 4, een vaste vergoeding voor vier peuterplaatsen van 320 uur per jaar, bestaande uit de subsidiebedragen zoals beschreven in Artikel 4 lid 2a en Artikel 4 lid 2e. 2.. Voor deze subsidie gelden de volgende voorwaarden: het totale aanbod van kinderopvang van 0-4 jaar (niet zijnde gastouderopvang) beperkt zich in de betreffende kern tot één stamgroep; de stamgroep is minimaal twee dagdelen per week geopend; per week maken minimaal vier en maximaal acht peuters met een contract voor een (VE)peuterplaats, gebruik van de stamgroep; bij minder dan vier peuters of meer dan acht peuters per week, vervalt het recht op subsidie; als het minimum aantal van vier tijdelijk niet wordt gehaald, maar aantoonbaar binnen zes maanden zicht is op een toename van het aantal peuters, dan blijft het recht op subsidie in de tussentijd bestaan; voor het bepalen van het aantal geplaatste peuters wordt gerekend met het gemiddelde aantal per maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel