Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.2

Historisch-geografische elementen

Onderdeel van Archeologie van stad en platteland in de gemeente IJsselstein

Historisch-landschappelijke eenheden Aan de hand van oude kaarten en de CHAT zijn buiten de middeleeuwse stad, drie historische hoofdlandschappen te onderscheiden: Het blokverkavelingslandschap; Het cope-ontginningslandschap; De uiterwaarden van de Lek. Dijken en kades Met behulp van de CHAT van de provincie Utrecht en de dijkenkaart van de RCE zijn historische dijken en kaden geïnventariseerd en op kaart gezet. Omdat de bestaande datasets voor de gewenste kaartschaal vaak een te grof en onnauwkeurig beeld gaven, is de ligging van de dijktracés gecontroleerd en verfijnd door deze te vergelijken met kadastrale minuutplannen en te projecteren op de huidige topografie en het AHN. Historische bewoning en bebouwing Aan de hand van oude kaarten, recent en oud topografisch kaartmateriaal, archeologische waarnemingen en de CHAT van de provincie Utrecht zijn de zones met historische bewoning in kaart gebracht. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen De middeleeuwse stadskern van IJsselstein; De vermeende en globale ligging van de vroegmiddeleeuwse nederzetting Eiteren;46Eiteren komt als ‘Aiturnon’ voor op een lijst met goederen bij de Zuiderzee van het klooster Werden (bij Essen in Duistland) uit ca. 900 AD: ”Te Aiturnon Sancti Liudgeri”. Een andere vroegmiddeleeuws goed betreft de villa Ubburon/Opburen die op een lijst met goederen van de St. Maartenskerk (uit Utrecht), opgesteld tussen 777 en 866, wordt genoemd. Vermoedelijk lag de villa nabij het Hoge Land in het gebied Over-Oudland, aan de oostzijde van de A2 in de gemeente Nieuwegein. Zie oo vindplaatscatlogusnr. 63. De nog bestaande gehuchten Klaphek, Looije Brug en Knollemanshoek; De bebouwing op Militaire kaart door Pieter Ketelaar uit 1769 en de kadastrale minuutplans uit de periode 1811-1832 (als puntlocaties weergegeven op kaartbijlage 3). Bewoningslinten uit de late middeleeuwen en Nieuwe tijd Binnen de gemeente IJsselstein zijn twee laatmiddeleeuwse ontginningsassen onderscheiden, de Achtersloot-Hogebiezendijk van waaruit Meerlo, Broek, Lage Biezen en Hoge Biezen zijn ontgonnen, en Noord-IJsseldijk, de (vermoedelijke) ontginningsbasis van IJsselveld. Langs beide ontginningsassen is in de late middeleeuwen en Nieuwe tijd lintbebouwing ontstaan. De historische bewoningslinten stonden op de kaart van 2011 al afgebeeld. Getracht is de archeologische verwachting van deze linten te verfijnen door aan de hand van redelijk tot goed te georefereren historische kaarten (de oudste kadastrale minuutplans uit de periode 1811-1832, de Militaire kaart van de Provincie Holland door Pieter Ketelaar uit 1769 en de Kaart van de Baronie van IJsselstein door David Hattinga uit 1770) te onderzoeken of in de 18e en 19e eeuwse bebouwing veel veranderingen optreden of dat uit deze kaarten juist continuïteit van bebouwing valt af te leiden. Het blijkt dat bij beide ontginningsassen sprake is van tweezijdige boerderijstroken, waarbij de boerderijstrook aan de oostzijde van Achtersloot-Hogebiezendijk onregelmatiger is en enkele onderbrekingen kent, en de beide stroken lang de Noord-IJsseldijk een wat grilliger verloop hebben en meer uit “plukjes” bebouwing bestaat. Tevens valt uit de geraadpleegde kaarten af te lezen dat er in de bebouwing van de boerderijstroken vrijwel geen verschuivingen optreden. Op kaartbijlage 3 is voor de bewoningslinten een breedte van 100 meter aan weerszijden van het hart van de dijk aangehouden. Met deze breedte wordt het grootste deel van de bebouwing op de 18e en 19e eeuwse kaarten ‘afgedekt’. Gebouwde rijksmonumenten en MIP-objecten De locaties van MIP-objecten (Monumenten Inventarisatie Project; waardevolle gebouwde objecten uit de periode 1850-1940) en de gebouwde rijksmonumenten zijn afkomstig van de datasets van de RCE. Deze objecten zijn als puntlocaties weergegeven op kaartbijlage 3. Molens Gegevens over verdwenen en nog bestaande molens zijn geïnventariseerd via de landelijke molendatabases.47Respectievelijk www.molendatabase.org (verdwenen molens) en www.molendatabase.nl (bestaande molens). De gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. In de gemeente IJsselstein staat nog één historische molen, De Windotter. Deze korenmolen is in 1732 gebouwd ter vervanging van een oudere korenmolen in de stad IJsselstein. In de molendatabase staat ter hoogte van het klooster O.L. Vrouwenberg ook een molen vermeld. De juistheid hiervan is onzeker, zo staat de molen niet afgebeeld op de kaart van Jacob van Deventer (uit dezelfde periode). Om deze reden staat de molen niet weergegeven op kaartbijlage 3. Verder hebben in het verleden vermoedelijk op nog acht andere locaties molens gestaan, deze zijn inmiddels verdwenen. Het betreft drie molens die in de stad hebben gestaan – en gebruikt werden voor het malen van graan of grutten – en een vijftal poldermolens die overwegend in het buitengebied lagen. Voor drie locaties is tevens bekend dat sprake is geweest van meerdere opeenvolgende molens. Per locatie hebben de verschillende molenfases in de catalogus hetzelfde nummer gekregen maar zijn de opeenvolgende fases met een a en b of c van elkaar onderscheiden (catalogusnummers 1a/b, 2a/b en 10a/b/c).

Rechtspraak bij dit artikel