Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.4

Historische kern en historisch-geografische relicten

Onderdeel van Archeologie van stad en platteland in de gemeente IJsselstein

Op basis van historisch kaartmateriaal staat vast dat historisch-archeologische resten in de bodem van de gemeente IJsselstein aanwezig zijn, namelijk ter plaatse van historische bebouwing en andere historisch-geografische elementen. Het gaat om: De historische gehuchten Klaphek, Looije Brug en Knollemanshoek; De versterkte huizen/boerderijen Stenen Kamer en Rijpickerwaard; Historische erven in bewoningslinten; Waterstaatkundige, religieuze en overige historisch-geografische elementen (kerk, kapel, molen, steenoven, galg, brug, dam en duiker) Historische bebouwing (buiten de bewoningslinten, gehuchten en historische kern) op de 18e eeuwse kaarten van Ketelaar (1769), Hattinga (1770) en de vroeg 19e eeuwse kadastrale minuutplans De locaties van gebouwde rijksmonumenten en MIP-objecten. De historische kern en de historisch-geografische relicten zijn gerekend tot de terreinen van hoge archeologische waarde omdat de archeologische resten ervan, gecombineerd met historische bronnen, een hoge informatiewaarde hebben. De begrenzing van de historische kern is uitgebreid behandeld in paragraaf 3.3.4. De versterkte huizen/boerderijen Stenen Kamer en Rijpickerwaard, en de historische erven in de bewoningslinten zijn zoveel mogelijk begrensd aan de hand van de percelering op de vroeg-19e eeuwse kadastrale minuutplannen. Bij de waterstaatkundige, religieuze en overige historisch-geografische elementen, en de historische bebouwing (buiten de bewoningslinten, gehuchten en historische kern) kunnen in de bodem funderingen van de bebouwing worden verwacht maar ook resten van bijbehorende sporen (bijvoorbeeld graven ter plaatse van de kerken en kloosters, of bewoning bij een sluis). Omdat de locatie van de historisch-geografische elementen (door de soms beperkte nauwkeurigheid vroeg-19e eeuwse kadastrale minuutplannen) niet altijd met 100% zekerheid bepaald kan worden, en de ligging van de bijbehorende resten niet exact te voorspellen is, is bij de begrenzing van de historische objecten een bufferzone met een straal van 50 m rondom het object gehanteerd. Ook rondom de gebouwde rijksmonumenten en de MIP-objecten kunnen bijbehorende archeologische resten aanwezig zijn. Hierbij is een bufferzone met een straal van 25 m gebruikt omdat de locatie van deze objecten wel exact bekend is. De historische dijken en kades kunnen zelf als goed geconserveerde archeologische resten beschouwd worden. Omdat historische dijken en kades vaak over grote lengten bewaard zijn gebleven, en hun opbouw naar verwachting relatief uniform is, is aan deze lineaire elementen een iets lagere informatiewaarde toegekend. Daarom zijn de dijken en kades gerekend tot de terreinen van archeologische waarde. Voor de begrenzing een buffer van 20 m gehanteerd (= 10 m aan weerszijden van centrale as). Naast de historische elementen waar in de bodem (vrijwel) zeker archeologische resten aanwezig zijn, zijn er enkele historische zones waar archeologische resten verwacht kunnen worden, maar dit niet zeker is. Allereerst gaat het om de globale locatie van de vroegmiddeleeuwse nederzetting Eiteren. Deze zone heeft een hoge verwachtingswaarde meegekregen. Verder is aan de buiten de historische woonerven gelegen delen van de bewoningslinten een middelhoge verwachting toegekend. Weliswaar laten de 18e en 19e eeuwse kaarten hier geen bebouwing zijn, maar de aanwezigheid van oudere resten is niet uit te sluiten.

Rechtspraak bij dit artikel