Voor het exploiteren van een coffeeshop is een gedoogverklaring vereist.
De gedoogverklaring wordt voor een periode van ten hoogste acht jaar verstrekt. Halverwege deze termijn vindt een tussentijds Bibob-onderzoek plaats. De gedoogverklaring is persoonsgebonden, locatiegebonden, niet overdraagbaar en wordt enkel aan natuurlijke personen verstrekt en dus niet aan rechtspersonen.
Aan de gedoogverklaring worden nadere voorwaarden verbonden, waaronder de AHOJGI-criteria. Ook kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden die toezien op het omgevingsbeheer (overlast), beveiliging, administratieve verantwoording en op medewerking aan het verlenen van informatie over risico's van middelengebruik.
De AHOJGI-criteria zoals beschreven in het vorige lid zijn:
geen affichering
dit betekent geen enkele vorm van reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit;.
geen harddrugs
dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden.
geen overlast
onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshops, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten;.
geen jeugdigen
geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar.
geen grote hoeveelheden
geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (= 5 gram) én slechts een beperkte handelsvoorraad (niet meer dan 500 gram);
geen verkoop aan niet ingezetenen
geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland.
Naast de landelijk vastgestelde AHOJGI-criteria worden in de gemeente Utrechtse Heuvelrug in ieder geval de volgende aanvullende gedoogvoorwaarden gesteld:
Een coffeeshop mag geopend zijn tussen 12.00 uur 's middags en 22:00 uur 's avonds van maandag tot en met donderdag en van vrijdag tot en met zondag van 12:00 uur 's middags tot 23:00 uur 's avonds. Een coffeeshopexploitant komt niet in aanmerking voor een verlenging van de openingstijden. De burgemeester kan op grond van specifieke omstandigheden (bijvoorbeeld het tegengaan van overlast in de woonomgeving) besluiten andere openingstijden in te stellen voor de coffeeshop.
Tijdens de openingstijden van de coffeeshop is te allen tijde de houder van de gedoogverklaring en exploitatievergunning of een daarop vermelde leidinggevende aanwezig alsmede iedere dag vanaf ten minste 16:00 een gecertificeerde horecaportier. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid, de zedelijkheid en ter bescherming van het woon- en leefklimaat andere aanwezigheidstijden vaststellen. In de inrichting mogen alleen personen werkzaam zijn die beschikken over een verklaring omtrent het gedrag. Zowel de exploitant, leidinggevende(n) als overig personeel mogen in de afgelopen vijf jaar niet onherroepelijk veroordeeld zijn geweest, voor in het kader van het exploiteren van een coffeeshop relevante strafbare feiten.
De exploitant meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven op de gedoogverklaring en exploitatievergunning, waarna wordt getoetst of deze persoon voldoet aan de bovenstaand gestelde eisen.
Als onderdeel van het O-criterium mag de coffeeshop geen overlast veroorzaken en mag het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving niet nadelig worden beïnvloed. Onder overlast wordt bijvoorbeeld verstaan: parkeeroverlast, geluidshinder, stankoverlast, vervuiling en/of voor of nabij de inrichting rondhangende klanten. De exploitant voert gedragsregels en houdt rekening met de volgende onderdelen:
niet foutief of dubbel parkeren in de nabije omgeving van de zaak;
geen lawaai / overlast in de vorm van muziek of ander luidruchtig gedrag;
het trottoir niet blokkeren met rijwiel of scooter;
geen afval afkomstig van de coffeeshop (wietzakjes) op straat in de nabije omgeving;
de aanwezigheid van een gecertificeerde horecaportier bij de voordeur vanaf 16:00, op iedere openingsdag. De horecaportier verricht beveiligingswerkzaamheden en moet hiervoor een uniform dragen waardoor het voor derden duidelijk is dat het de horecaportier betreft. De portier ziet toe op het voorkomen van overlast van klanten/bezoekers van de coffeeshop en gaat rondhangende klanten/bezoekers tegen. Hij spreekt personen die overlast voor de omgeving veroorzaken aan en ontzegt hen toegang tot de coffeeshop .
De coffeeshop is vrij toegankelijk voor ingezetenen van Nederland van 18 jaar en ouder.
Personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, mogen niet in de inrichting aanwezig zijn. Daarom wordt bij twijfel of een klant de leeftijd van 18 bereikt heeft altijd een Identiteitsbewijs gevraagd. Verkoop van softdrugs aan personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, is niet toegestaan. Indien duidelijk wordt dat een volwassen klant zich schuldig maakt aan doorverstrekking van softdrugs aan minderjarigen, zal geen verkoop meer plaatsvinden aan deze klant voor een periode van drie maanden. Bij herhaling zal de klant definitief worden geweigerd.
Er moet sprake zijn van een open inrichting die vrij toegankelijk is. De coffeeshop heeft naar buiten toe een ‘open karakter’, dus geen geblindeerde ramen etc. Evenals de vrije toegankelijkheid vergroot dit voorschrift de handhaafbaarheid en voorkomt het dat controlerende en toezichthoudende taken worden belemmerd. Daarnaast voorkomt het dat bij omwonenden en passanten argwaan wordt gewekt over de exploitatie.
Een aangrenzende woning moet een gescheiden voordeur van de coffeeshop hebben.
Loketverkoop vanuit de coffeeshop - aan de buitenzijde van het pand – en ‘bezorgservice’ vanuit de coffeeshop is niet toegestaan.
Bij de coffeeshop wordt geen terras toegestaan.
De plaatsing van kansspelautomaten zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen is niet toegestaan.
In de coffeeshop wordt geen alcoholhoudende drank verstrekt of gebruikt.
In de coffeeshop mogen geen andere (soft)drugs dan cannabisproducten voorhanden zijn of verkocht worden.
Softdrugs mogen niet gratis worden verstrekt en moeten direct worden betaald tegen een marktconforme prijs.
In de coffeeshop moet een prijslijst duidelijk zichtbaar aanwezig zijn.
De exploitant zorgt voor een adequate voorlichting met betrekking tot het gebruik van softdrugs aan bezoekers. Voorlichtingsmateriaal moet doorlopend, bijvoorbeeld via folders, bij de kassa beschikbaar zijn.
De coffeeshopexploitant dient een juiste en inzichtelijke boekhouding bij te houden.
Naast de verplichting tot het voeren van een reguliere boekhouding dient een dagelijkse administratie plaats te vinden ten aanzien van de in de inrichting aanwezige hoeveelheden softdrugs. De administratie dient zodanig ingericht te worden dat gecontroleerd kan worden dat de maximale handelsvoorraad van 500 gram niet wordt overschreden.
De gedoogverklaring en exploitatievergunning zijn te allen tijde in de inrichting aanwezig en wordt desgevraagd getoond aan de toezichthouder(s) van de gemeente.
Dagelijks dient na sluiting van de inrichting de directe omgeving ervan te worden gereinigd conform de zorgplicht zoals is opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 2.11.
De coffeeshopexploitant is te allen tijde verplicht toezichthouders van de gemeente of politie toe te laten tot het pand en is verplicht mee te werken aan controles door daartoe bevoegde toezichthouders.
De exploitant verplicht zich om minimaal één keer per jaar, op zijn/haar initiatief, een voortgangsgesprek te voeren met gemeente en politie, tenzij gemeente en politie aangeven dat dit niet noodzakelijk is.
De exploitant meldt iedere verandering waardoor de feitelijke situatie niet langer in overeenstemming is met de in de gedoogverklaring en exploitatievergunning opgenomen gegevens.
De exploitant zorgt dat een telefoonnummer van de coffeeshop bekend is, in ieder geval bij omwonenden, zodat de coffeeshop tijdens openingstijden telefonisch bereikbaar is.
De exploitant en de personen die werkzaam zijn binnen de coffeeshop dienen aanwijzingen en bevelen van de politie en/of gemeente onverwijld op te volgen.
Iedere twee jaar volgt er een toets of de exploitant of leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is en wordt er een verklaring omtrent het gedrag (VOG) opgevraagd van exploitant en leidinggevenden. Indien hier aanleiding voor is, kan dit resulteren in een Bibob onderzoek van de exploitatievergunning, conform de in het Bibob-beleid opgenomen bepalingen.
De burgemeester kan (ook na afgifte van een gedoogverklaring), indien dit naar zijn oordeel in verband met maatschappelijke ontwikkelingen noodzakelijk is, nog andere aanvullende gedoogvoorwaarden stellen.
Hoofdstuk 1:
Artikel 4.3
Gedoogverklaring
Onderdeel van Coffeeshopbeleid gemeente Utrechtse Heuvelrug 2025