Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening rioolheffing 2026

De belasting wordt geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke gemengde riolering voor de afvoer van hemelwater, verder te noemen: eigenarendeel; en van degene die een perceel van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. Met betrekking tot het eigenarendeel van de belasting wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Met betrekking tot het gebruikersdeel van de belasting wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel, niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4, voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. ingeval een perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking is gesteld: degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel