**a..** Aantonen dat eerst zelf naar oplossing is gezocht bij een urgentieaanvraag [artikel 28 lid 1 e]
B&W stellen de voorwaarde van voldoende zoekgedrag door de woningzoekende voorafgaand aan de urgentieaanvraag. Daarom wordt van de aanvrager een actieve houding verwacht wat betreft zoekgedrag. In acute omstandigheden kan de urgentiecommissie woonruimteverdeling gemeente Houten (hierna te noemen urgentiecommissie) adviseren om de woningzoekende van deze eis verschonen als deze hier gemotiveerd om verzoekt. Dit houdt in dat minimaal 20 keer gereageerd moet zijn op woningen in de afgelopen maanden via www.woningnetregioutrecht.nl (hierna te noemen DAK) geadverteerde woningaanbod. De woningzoekende toont hiermee aan voldoende eerst zelf naar een oplossing voor zijn woonproblematiek te hebben gezocht. Aanvragers van medische urgentie hoeven niet aan dit criterium te voldoen. Een woningzoekende komt niet in aanmerking voor urgentie als deze in de periode voorafgaand aan de aanvraag woningaanbiedingen heeft geweigerd (niet reageren op woningaanbiedingen wordt ook opgevat als een weigering).
In geval van relatiebeëindiging wordt de eis ten aanzien van de indiening (indienen binnen 3 maanden na de relatiebeëindiging) opgerekt van 3 tot maximaal 6 maanden na de feitelijke relatiebeëindiging, indien het opbouwen van actief zoekgedrag hiermee gediend is.
**b..** Zelfredzaamheid aspirant-urgenten bij een opgebouwde wachttijd langer dan 12 jaar [artikel 28 lid 1 g]
B&W gaan er vanuit dat een woningzoekende met een opgebouwde wachttijd (via inschrijfduur) langer dan 12 jaar voldoende in staat is om zelf in de woningbehoefte te voorzien. In een dergelijke situatie wordt de aanvraag wel in behandeling genomen en via een beschikking niet ontvankelijk verklaard.
**c..** Relatiebeëindiging, in geval van beëindiging van de samenleving zonder contract [artikel 30].
B&W stellen, in geval van relatiebeëindiging en einde samenwoning, als er geen huwelijk of samenlevingscontract is, de voorwaarde van schriftelijke beëindiging van de samenwoning, ondertekend door beide partners. Hierbij gelden de volgende regels:
Als de woning op naam staat van de ex-partner en deze niet geclaimd kan worden (bijv. volledig eigendom), dan is er geen urgentie mogelijk, tenzij kinderen uit een eerdere relatie afkomstig zijn.
Een schriftelijke beëindiging of e-mail van de samenwoning is noodzakelijk. Deze moet ondertekend worden door beide partners, waarbij de volgende voorwaarden gelden:
De verklaring van schriftelijke beëindiging moet binnen drie maanden na het verbreken van de relatie worden ondertekend door beide partijen.
In de schriftelijke verklaring moet de zorgplicht voor de minderjarige kind(eren) zijn vastgelegd;
Aangetoond moet worden dat de samenwoning minimaal 24 maanden aaneengesloten geduurd heeft (aan te tonen via een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP);
De woning dient altijd te worden geclaimd, in ieder geval als het om een huurwoning met een huurprijs onder de huurprijsgrens gaat;
Het claimen van de woning is niet noodzakelijk, indien kan worden aangetoond dat het leggen van een dergelijke claim niet zinvol is; dit is het geval bij:
Beide ex-partners hebben onvoldoende inkomen om de huurprijs te betalen (uitsluitend bij huurwoningen boven de huurprijsgrens); de woning moet dan door allebei de partijen verlaten worden
Beide ex-partners hebben onvoldoende inkomen om de hypotheek te kunnen dragen; de woning wordt verkocht. Dit kan aangetoond worden door een afwijzing van een hypotheek aanvraag bij een hypotheekverstrekker of van een bank.
Indien de kinderen afkomstig zijn uit de relatie die beëindigd wordt, dan dienen beide partijen in ieder geval een overeenkomst te maken waarin de dagelijkse zorg voor de minderjarige kinderen beschreven staat. Deze overeenkomst dient ondertekend te worden. De ouder die de meeste zorg draagt voor het minderjarige kind of kinderen mag de urgentie aanvragen behalve als de ouders anders besluiten. In geval van co ouderschap mag de ouder die het minst verdient de urgentie aanvragen. Behalve als de ouders anders besluiten.
**d..** Toekenning van zoekprofielen aan urgent woningzoekenden [artikel 23, 41 lid c en 42]
De tabel ‘voorrangsregels bezettingsnorm’ in artikel 23 bepaalt het zoekprofiel van de urgent woningzoekende in Houten en de regio. Als blijkt dat door het ontbreken in de sociale huurwoningenvoorraad van Houten van grote appartementen (vanaf vier kamers) er problemen ontstaan om binnen zes maanden als urgent woningzoekende een sociale huurwoning te verkrijgen, dan kan de urgentiecommissie een ruimer zoekprofiel voor het type woning adviseren.
Zoekprofielen voor urgent woningzoekenden naar woningtypen
Omvang huishouden
Lokaal zoekprofiel (standaard) woningtypen
Regionaal zoekprofiel (standaard) woningtypen
1-3 personen
Bovenwoning of benedenwoning of appartement of benedenmaisonette of bovenmaisonette
Appartement vanaf 1e verdieping
4+ personen
Bovenwoning of benedenwoning of appartement of benedenmaisonette of bovenmaisonette of eengezinswoning
Appartement vanaf 1e verdieping
NB 1: Aantal kamers voor de huishoudens wordt bepaald door de bezettingsnorm beschreven in artikel 23 Huisvestingsverordening.
De urgentiecommissie kan in haar advies afwijken van deze standaard profielen. Dit zal worden toegelicht in de beschikking.
**e..** Mogelijkheid medische urgentie bij inwoning [artikel 32 en 72]
B&W kunnen door toepassing van de hardheidsclausule urgentie toekennen in de situatie van een inwonende woningzoekende die om medische redenen in een onhoudbare woonsituatie verkeert. De medische problematiek mag echter niet het gevolg zijn van de inwoning zelf, noch mag deze op het moment van de start van inwoning voorzienbaar worden geacht.
**f..** Urgentie op maatschappelijke gronden [artikel 35]
In het kader van het Regionaal Convenant huisvesting uitstromers maatschappelijke opvang 2017 wijzen B&W woningen toe in Houten vanuit het uitgangspunt dat uitstroom (van cliënten uit de Utrechtse Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen (MO/BW) voorzieningen gelijk is aan instroom (van cliënten die eerder vanuit Houten zijn ingestroomd in de Utrechtse MO/BW voorzieningen.
**g..** Mantelzorgurgentie [artikel 28 lid 4 en artikel 33]
Het doel is om te voorkomen dat mantelzorgers overbelast worden en/of betaalde zorg wordt aangevraagd. De secretaris van de urgentiecommissie is door B&W aangewezen om advies te geven over aanvragen voor een mantelzorgurgentie. Het betreft hier met name de vragen of de zorgvraag kan worden beantwoord met mantelzorg en of de mantelzorgindicatie urgent is voor de aanvrager. Het advies van de secretaris bevat een verslag van het gesprek, welke voor akkoord is gemaild naar de aanvrager van de urgentie.
In het verslag worden 8 leefgebieden genoemd. In minimaal 3 van de leefgebieden kan de mantelzorgontvanger zich niet voldoende redden:
Huishouden doen en het regelen van het dagelijks leven
Verplaatsen, vervoer en parkeren
Persoonlijke verzorging (eten, wassen, aankleden, naar toilet gaan)
Lichamelijke gezondheid
Geestelijke gezondheid
Een verslaving
Het (ontbreken van) contact met familie, vrienden en kennissen
Vrije tijd en dagbesteding
Er bestaat alleen recht op urgentie vanwege mantelzorg indien deze geheel onbezoldigd wordt verleend. Personen die (deels) pgb ontvangen voor de zorgactiviteiten komen niet in aanmerking voor deze urgentie. Dit volgt uit de definitie voor mantelzorg (artikel 1 HVV en artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning). Ook als een aantal uren wel onbezoldigd zorg wordt verleend, wordt niet voldaan aan dit vereiste. De mantelzorg moet geheel onbezoldigd worden verleend.
De mantelzorgsituatie zal naar verwachting nog minstens één jaar voortduren;
De mantelzorgontvanger woont zelfstandig;
De relatie tussen mantelzorggever en mantelzorgontvanger is gebaseerd op familiebanden of langdurige sociale omgang en komt niet voort uit vrijwilligerswerk ter vervulling van de mantelzorgtaken of daarmee vergelijkbare activiteiten.
**h..** Urgentie op volkshuisvestelijke gronden [artikel 34]
Een urgentieverklaring op volkshuisvestelijke gronden kent vier vormen:
Om te verhuizen met gebruik van woonduur, waarbij de woonduur wordt omgezet in inschrijftijd;
Om te verhuizen naar een regiogemeente (regionale urgentie);
Om te verhuizen binnen de gemeente (gemeentelijke urgentie)
Om te verhuizen met behulp van terugkeer voorrang (voor woningzoekenden die na hun gedwongen verhuizing willen terugkeren naar het nieuwbouw- of gerenoveerde complex: terugkeergarantie).
Als verhuizing van huurders noodzakelijk is vanwege ingrijpende verbetering of sloop van hun woning is het gebruikelijk dat er een Algemeen Sociaal Plan wordt afgesloten tussen de betrokkenen (huurders, huurdersorganisatie, bewonerscommissie en woningcorporatie). Voor huurders die vallen onder dit Algemeen Sociaal Plan gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
Als geen passend aanbod als bedoeld in artikel 34 lid 2 d kan worden geboden in het ingrijpend verbeterde dan wel nieuwgebouwde complex, kan eenmalig een passend aanbod tot terugkeer elders in de woonbuurt worden gedaan.
De huurder behoudt bij verhuizing met een urgentie op volkshuisvestelijke gronden zijn opgebouwde inschrijftijd, behalve na effectuering van de terugkeergarantie.
Indien de huurder er niet in slaagt binnen 12 maanden na afgifte van de urgentie op volkshuisvestelijke gronden zelf passende woonruimte te vinden zullen corporatie en gemeente bemiddeling (passend aanbod op basis van huishoudenssamenstelling, huurprijs en lokale binding) verlenen. Deze bemiddeling vindt plaats binnen 18 maanden nadat de urgentie is verleend.