Naar hoofdinhoud

Artikel 19.

Samenhang met handhaving op grond van de Participatie

Onderdeel van Beleidsregels Inburgering Gemeente Leiderdorp 2025

1.. Wanneer de inburgeringsplichtige ook een bijstandsuitkering (Participatiewet) ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het PIP kan de gemeente kiezen of zij wil handhaven op grond van de wet inburgering 2021 of de participatiewet. De keuze hangt samen met verplichtingen en afspraken in het PIP waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, of de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing. 2.. Wanneer de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing, legt de gemeente bij voorkeur een boete op grond van de wet inburgering 2021 op. 3.. Wanneer de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, verlaagt de gemeente bij voorkeur de uitkering volgens artikel 18 Participatiewet en de verordening zoals in artikel 8 lid 1 van de Participatiewet. 4.. Voor hetzelfde gedrag kiest de gemeente een van deze twee vormen van handhaving, niet allebei. Bij de keuze tussen handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en handhaving op grond van de wet via een boete, weegt de gemeente ook af welke manier van handhaving het best bijdraagt aan het succesvol voltooien van het inburgeringstraject. Hierbij houdt de gemeente rekening met de gevolgen van de handhaving voor de inburgeringsplichtige. 5.. In de brief (beschikking) aan de inburgeringsplichtige vermeldt de gemeente of er een boete op grond van de wet inburgering 2021 wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel