Het college verleent in beginsel toegang tot brede ondersteuning aan inwoners van de gemeente Eemsdelta die onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet vallen en die niet eerder met brede ondersteuning een nieuwe start hebben kunnen maken. Er zijn uitzonderlijke situaties denkbaar die het wenselijk maken om brede ondersteuning aan te kunnen bieden aan een rechthebbende die voldoet aan een van bovenstaande criteria, maar niet woonachtig (meer) is in de gemeente Eemsdelta. In die gevallen zal in afstemming met de desbetreffende woongemeente en de rechthebbende naar een oplossing worden gezocht.
Het college kan ook toegang tot brede ondersteuning verlenen aan een aanvrager die valt onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet, maar geen inwoner is als sprake is van een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.21, derde lid, van de wet. De aanvrager wordt in dat geval gelijkgesteld met een inwoner.
Het college verleent ook brede ondersteuning aan het gezin van de aanvrager die op grond van het eerste lid is toegelaten tot de brede ondersteuning. De samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag is leidend.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 4.
Doelgroep brede ondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen gemeente Eemsdelta 2026