Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Persoonlijke vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van leges Bladel 2026

1.. Uitgezonderd de heffingen, als bedoeld in Hoofdstuk 2 van de bij deze verordening beho-rende tarieventabel, zijn van de verplichting tot betalen van de in deze verordening ge-noemde leges, voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen van deze verordening is voorzien, vrijgesteld openbare besturen, ambtenaren of instellingen voor de diensten door hen in het openbare belang verzocht. 2.. De leges in Hoofdstuk 1, paragraaf 1.5 van de bij deze verordening behorende tarieven-tabel worden niet geheven voor zover de daarbij vermelde stukken worden afgegeven aan politieke groeperingen, waarvan de aanduiding bij de kiesraad is geregistreerd dan wel welke aan de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen hebben deelgenomen tot een maximum van twee exemplaren per politieke groepering. 3.. De leges, als bedoeld in Hoofdstuk 1, paragraaf 1.5 van de bij deze verordening behoren-de tarieventabel worden niet geheven voor zover het betreft de exemplaren van de raads- en commissie-agenda, voorstellen en notulen welke op aanvraag aan belangstellenden worden verstrekt teneinde het deze mogelijk te maken de vergaderingen van de gemeen-teraad aan de hand van deze stukken te volgen, een en ander voor zover de belangstel-lenden hieromtrent uiterlijk tweemaal vierentwintig uren vóór het houden van de vergade-ring schriftelijk hebben verzocht en indien de stukken persoonlijk door de belanghebben-den op de gemeentesecretarie worden afgehaald. 4.. Diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend.

Rechtspraak bij dit artikel