Naar hoofdinhoud
1.. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier maanden na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aan-gewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeente-wet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. 2.. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een (tijdige) aangifte door belasting-plichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en de be-lasting middels een ambtshalve aanslag op te leggen. 3.. Indien beschikbaar zal de grondslag voor de aanslag als bedoeld in het voorgaande lid tenminste gelijk zijn aan de grondslag van het voorgaande belastingjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel