**1..** Indien subsidie is verleend voor de onomkeerbare gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, heeft de subsidieontvanger, in aanvulling op de verplichtingen die zijn vermeld in paragraaf 6 van de AsvpU, de volgende verplichtingen:
binnen 18 maanden na subsidieverlening verkleinen van de stalcapaciteit door het afbreken en verwijderen van het desbetreffende dierenverblijf of de desbetreffende dierenverblijven;
bewerkstelligen dat binnen 18 maanden na subsidieverlening het aantal landbouwdieren dat gemiddeld in een jaar op de veehouderijlocatie wordt gehouden, niet meer bedraagt dan het gemiddelde van het referentiejaar verminderd met het gedeelte waarmee de stalcapaciteit wordt verkleind;
voor zover de subsidieontvanger een veehouderij met productierecht drijft, binnen 18 maanden na de datum van de subsidieverlening, overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de Meststoffenwet, een kennisgeving doen van het gedeeltelijk vervallen van zijn productierecht, waarbij in vergelijking met de situatie in het referentiejaar ten minste het productierecht voor een zodanige omvang komt te vervallen als is vereist voor het houden van het hierna vermelde percentage van het aantal landbouwhuisdieren waarmee het jaarlijks gemiddeld aantal gehouden landbouwhuisdieren overeenkomstig onderdeel b is verminderd:
varkens: 80%;
pluimvee: 80%;
melkvee: 95%;
al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving binnen 18 maanden na subsidieverlening:
een omgevingsrechtelijke melding doen bij het bevoegd gezag dat het jaarlijks op de veehouderijlocatie gemiddeld aantal gehouden landbouwhuisdieren overeenkomstig onderdeel b wordt verminderd; of
mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat op aanvraag van de subsidieontvanger het bevoegd gezag de omgevingsvergunning milieu voor de veehouderijlocatie zodanig heeft aangepast dat de vergunning nog slechts betrekking heeft op het in onderdeel b bedoelde jaarlijks gemiddeld aantal te houden landbouwhuisdieren;
binnen 18 maanden na subsidieverlening mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag - op aanvraag van de veehouder - een besluit heeft genomen, op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de veehouderijlocatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van het houden van het aantal landbouwhuisdieren, dat overeenkomstig onderdeel b nog kan worden gehouden na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie;
binnen 6 maanden na subsidieverlening een overeenkomst sluiten met Gedeputeerde Staten – met gebruikmaking van de in bijlage 2 opgenomen modelovereenkomst – waarin de subsidieontvanger zich verbindt om:
niet meer landbouwhuisdieren te houden dan het aantal dat overeenkomstig onderdeel b nog kan worden gehouden na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie, noch als natuurlijk persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;
zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie meer landbouwhuisdieren worden gehouden dan het aantal landbouwhuisdieren, dat overeenkomstig onderdeel b nog kan worden gehouden na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie; en
niet op een over te nemen bestaande veehouderijlocatie of een in te richten nieuwe veehouderijlocatie in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie die diersoorten te gaan houden die werden gehouden op de locatie die met subsidie op grond van deze regeling gedeeltelijk wordt gesloten, noch als natuurlijk persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband.
**2..** Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het vereiste van het afbreken en verwijderen van het dierenverblijf of de dierenverblijven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor zover de veehouderijonderneming met een gemeld PAS-project dat gebouw of die gebouwen langdurig gaat gebruiken:
voor de veehouderijonderneming, mits dit niet leidt tot een toename van het aantal dierplaatsen ten opzichte van de ingevolge het eerste lid, onderdeel a, verkleinde stalcapaciteit; of
voor andere activiteiten dan voor een veehouderijonderneming, mits het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet binnen 12 maanden nadat de overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is gesloten, met dat gebruik heeft ingestemd.
**3..** Indien een verplichting, bedoeld in de voorgaande leden, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de genoemde termijn en de subsidieontvanger acht verlenging van de betreffende termijn wenselijk, dan kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerde aanvraag indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging.
**4..** Bij de subsidieverleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Artikel 15.