De stads- en dorpsrand is een overgangsgebied. Hier is sprake van 2 elkaar overlappende invloedssferen. De randen zijn bepalend voor de identiteit van zowel de steden- en dorpen als het landschap eromheen. De (potentiële) kwaliteit is die van de ‘best of both worlds’; stedelijke voorzieningen, verspreid liggende (gewilde) woon- en werkfuncties, padennetwerk in een landschappelijk raamwerk. Dichtbij stad en dorp en toch buiten. Randen gaan niet alleen over de ‘functionele mix’, maar vooral ook over herkenbaarheid, duidelijkheid, silhouetten (o.a. kerktorens) het je thuis voelen. Markante zichtlijnen op dorpen versterken de randkwaliteit. In deze gebieden komen veel opgaven en belangen samen zoals dorps- en stadsuitbreidingen, infrastructuur, landbouw, landschapsontwikkeling, water en natuur.
Als ambitie geldt het verbinden van ontwikkeling woon-, werken recreatiemilieus in de stads- en dorpsranden aan hun omgeving met landschappelijke structuren en routes. Stimuleer integrale projecten waarin stedelijke programma’s en landschappelijk raamwerk gelijktijdig worden ontwikkeld en gerealiseerd. Uitgangspunt is het tegengaan van verrommeling in de randzones. Bijdragen aan aantrekkelijke mix woon-, werk en recreatiemilieus. Als doelen voor dit gebiedskenmerk wordt het volgende omschreven:
Behoud, herstel en aanleg van landschappelijke routes tussen dorp en land;
Slechte barrières tussen stad en land. Versterk identiteit dorp en landschap;
Biedt ruimte voor ontwikkeling als deze voortbouwen aan de versterking stad/land relatie;
Maak mooie uitnodigende entrees van dorpen;
Geen rondwegen aanleggen die stad en land scheiden.
De voorgenomen ontwikkeling past goed bij de gestelde ambities.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.3
Laag van beleving
Onderdeel van Beleidsregel ‘Ruimtelijk Kwaliteitsplan Lidwinaweg 50 Zenderen’