Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026

1.. Indien de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken en waarvoor op grond van hoofdstuk IV van die Wet voor die onroerende zaak een waarde is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen, zoals die voor het belastingobject geldt voor het tijdvak waarvoor de forensenbelasting wordt geheven. 2.. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per woning indien; de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld onder toepassing van artikel 16, onderdeel e van de Wet waardering onroerende zaken of; de woning geen deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken of; geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel