De in artikel 3.1.1 aangewezen woonruimten mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet:
anders dan ten behoeve van bewoning of het gedeeltelijk gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken;
worden omgezet in één of meerdere onzelfstandige woonruimten.
Voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning, geldt een ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 21 van de wet, mits en zolang:
De woonruimte uitsluitend door de eigenaar als verblijf wordt gebruikt, naast zijn hoofdverblijf; en
de eigenaar zijn hoofdverblijf buiten de woningmarktregio houdt; en
het gaat om ten hoogste één woonruimte per eigenaar in de woningmarktregio.
Voor het omzetten van woonruimte in één of meer onzelfstandige woonruimten gelden de volgende voorwaarden:
de woonruimte wordt omgezet in niet meer dan vier onzelfstandige woonruimten; en
gemeenschappelijke woonruimte(s) in de woning aanwezig is/zijn met een (gezamenlijk) gebruiksoppervlak van ten minste 15m2,verdeeld over maximaal twee ruimtes, zijnde niet een hal of gang; en
elke onzelfstandige woonruimte een gebruiksoppervlak heeft die niet kleiner is dan 10m2; en
Voor zover het niet is toegestaan om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woonruimte te onttrekken, samen te voegen, om te zetten of te verbouwen tot twee of meer woningen, is het tevens verboden om deze woonruimte onttrokken, samengevoegd of omgezet te houden of in die verbouwde staat te laten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.2
Reikwijdte vergunningplicht
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Huisvestingsverordening gemeente Amstelveen 2025