Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken: indien niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, omzetting of woningvorming; indien de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; indien niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften; in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Indien de vergunning minimaal 12 maanden niet wordt gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel