Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, 21, 22, 23a, 23b, 23c, 23e en 41 van de wet of handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 24 van de wet.
Burgemeester en wethouders leggen een boete op:
voor de eerste overtreding van de in artikel 8 van de wet overeenkomstig kolom A van de in bijlage 2 opgenomen tabel 1;
voor de eerste overtreding van artikel 21, aanhef en onder a, b, c of d 23a, 23b, 23c, 23e en 41 van de wet overeenkomstig kolom A van de in bijlage 2 genoemde tabel 2;
voor de tweede en volgende overtreding van de artikelen genoemd in het eerste lid binnen drie jaar na de eerste overtreding overeenkomstig kolom B van de in bijlage 2 genoemde tabel 1 of 2;
voor het overtreden van artikel 24 van de wet zoals verwoord in artikel 3.3.2. en 3.8.1 van deze verordening overeenkomstig de in bijlage 2 genoemde tabel 3.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.2
Bestuurlijke boete
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Huisvestingsverordening gemeente Amstelveen 2025