**1..** De duur en omvang van de vrijlating van inkomsten uit arbeid zijn geregeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r, y en z van de Participatiewet.
**2..** Voor de toepassing van onderdeel n (algemene vrijlating) geldt aanvullend:
De termijn van zes maanden hoeft niet aaneengesloten te zijn;
Alleen maanden waarin sprake is van recht op bijstand én inkomsten uit arbeid tellen mee;
Maanden waarin het inkomen (met vrijlating) boven de norm ligt en geen recht op bijstand bestaat, tellen niet mee;
De einddatum van de vrijlating kan met deze maanden worden verlengd.
Hoofdstuk 2
Artikel 6