De inkomstenvrijlating eindigt zodra één van de volgende situaties zich voordoet:
het recht op bijstand eindigt;
de werkzaamheden eindigen;
de maximale termijn van de vrijlating is bereikt;
de belanghebbende niet langer voldoet aan de voorwaarden;
sprake is van fraude of onrechtmatig gedrag.
Hoofdstuk 2
Artikel 9