Het verlagen van de inkomensvoorziening omdat een verlaging wordt opgelegd, vindt plaats door middel van een besluit. Wanneer de verlaging bij een lopende inkomensvoorziening wordt opgelegd, wordt een besluit tot vaststelling van de inkomensvoorziening op grond van artikel 25 WIJ genomen.
Wordt een verlaging met terugwerkende kracht opgelegd, dan moet een besluit tot herziening van de inkomensvoorziening worden genomen (artikel 40 WIJ). Tegen beide besluiten kan door de belanghebbende bezwaar en beroep worden aangetekend.
In dit artikel wordt aangegeven wat in het besluit in ieder geval moet worden vermeld. Deze eisen vloeien rechtstreeks voort uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dan met het motiveringsbeginsel. Het motiveringsvereiste houdt onder andere in dat een besluit kenbaar is en van een deugdelijke motivering wordt voorzien.
Hoofdstuk 5.
Artikel 4.
Het besluit tot opleggen van een verlaging
Onderdeel van Verordening afstemming 2009 Wet investeren in jongeren