Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130)

In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel