Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Vierde herziening Huisvestingsverordening Pijnacker-Nootdorp 2023

In deze verordening wordt verstaan onder: - actiegebied: een gebied dat burgemeester en wethouders hebben aangewezen met het doel de daarin gelegen woonruimte vrij van bewoning te maken, zodat sloop of verbetering van woonruimte kan plaatsvinden; - afstammingsbeginsel: het beginsel dat inhoudt dat de standplaatszoekende, diens ouders dan wel grootouders in een woonwagen wonen dan wel hebben gewoond, waarbij sprake moet zijn van een generatie op generatie doorlopende en intensieve beleving van de woonwagencultuur. Dat kan worden vastgesteld doordat de inschrijver de adresgegevens van hemzelf, diens ouders of grootouders op het inschrijfformulier vermeld, waarna burgemeester en wethouders met behulp van de BRP toetsen of het genoemde adres van standplaatszoekende, ouders of grootouders een woonwagenlocatie betrof. - binding standplaatszoekenden de standplaatszoekende heeft inkomen (economische binding) uit de gemeente, woont (maatschappelijke binding) in de gemeente, of valt onder de categorie Spijtoptanten. - burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Pijnacker-Nootdorp - BRP: de basisregistratie zoals bedoeld in Artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; - campuscontract: huurovereenkomst voor studenten zoals bedoeld in Artikel 274d van het Burgerlijk Wetboek Boek 7; - CBS-code: de unieke code die door het Centraal Bureau voor de Statistiek is vastgesteld voor de gemeenten en de daarbinnen gelegen wijken en buurten; - DAEB-inkomensgrens: de inkomensgrens bedoeld in Artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015; - doorstromer: een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd als huurder beschikt over een zelfstandige woonruimte (m.u.v. een flexwoning) binnen de regio en deze na verhuizing leeg achterlaat; - duurzaam gemeenschappelijke huishouden: een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen; - economische binding: binding aan de regio overeenkomstig Artikel 14 van de Huisvestingswet 2014 waarbij de woningzoekende binnen of vanuit de regiogemeente werkt en daarmee in het levensonderhoud voorziet; - economische binding standplaatszoekenden: standplaatszoekende die minstens twee jaar binnen de gemeente werkzaam is en daarmee in het levensonderhoud voorziet; - eigenaar: diegene die bevoegd is tot het in gebruik geven van de woonruimte of het gebouw, en ook de erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht zoals bedoeld in Artikel 106 van het Burgerlijk Wetboek Boek 5 of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een woonruimte is verleend; - familieleden eerste graad: partner, ouders, schoonouders, kinderen, schoonzoons, schoondochters, mits hij of zij aantoonbaar woonwagenbewoner is conform het afstammingsbeginsel. - familieleden tweede graad: broers, zussen, kleinkinderen, opa’s, oma's, schoonzussen, zwagers, stiefzussen, stiefbroers, mits hij of zij aantoonbaar woonwagenbewoner is conform het afstammingsbeginsel. - familieleden derde graad: overgrootouders, achterkleinkinderen, neven en nichten (kinderen van broers of zussen), ooms en tantes (broers of zussen van de ouders), mits hij of zij aantoonbaar woonwagenbewoner is conform het afstammingsbeginsel. - flexwoning: woning in tijdelijk neergezet of tijdelijk getransformeerd vastgoed, die doelbewust en tijdelijk als een aanvulling op de permanente woningvoorraad zijn uitgegeven. - grote gezinnen: een duurzaam gemeenschappelijk huishouden met minimaal 4 kinderen; - gepubliceerd woningaanbod: het openbaar gemaakt aanbod van voor verhuur beschikbaar komende woonruimte, waarop elke woningzoekende op eigen initiatief kan reageren; - herstructureringskandidaat: een woningzoekende die op het moment van een aanwijzing van een actiegebied: ingeschreven staat in de basisregistratie personen (BRP) op het adres; en met toestemming van de eigenaar als huurder woonachtig is in een in het betreffende actiegebied gelegen zelfstandige woonruimte; - hoofdbewoner: het hoofd van de standplaatszoekenden dan wel standplaatsinnemende huishouding. - hoofdverblijf: het adres waarop een persoon staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) en daadwerkelijk het grootste deel van zijn tijd woonachtig is; - hospitaverhuur verhuur waarbij de eigenaar of huurder zelf in de woning blijft wonen en waarbij er een of meer kamers worden verhuurd aan maximaal één huishouden, bestaande uit maximaal twee personen; - huishouden: een alleenstaande óf twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren; - huishoudinkomen: huishoudinkomen zoals bedoeld in Artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; - huisvestingsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in Artikel 8 van de Huisvestingswet 2014; - huurder: de huurder zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Woningwet; - huurprijs: de huurprijs zoals omschreven in Artikel 1, tweede lid onder a, van de Huisvestingswet 2014; - huurprijsgrens: de huurprijsgrens zoals bedoeld in Artikel 2 Besluit huurprijzen woonruimte; - ingezetene: degene die volgens de inschrijving in de BRP woonachtig is in een gemeente in de regio en diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte; - indicatie: een door een onafhankelijke, ter zake deskundig persoon of orgaan opgesteld document waaruit de specifieke fysieke of andere beperking(en) van een woningzoekende blijkt en waarin staat, of op basis waarvan, kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende dient te worden afgestemd; - inschrijfduur: de periode dat een woningzoekende aaneensluitend staat ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 3:3, eerste lid; - Inwonende kinderen: inwonende kinderen van 21 jaar of ouder, niet zijnde de hoofdbewoner of partner daarvan. - inwoning: het bewonen van een deel van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen; - kamer: verblijfsruimte zoals bedoeld in Bijlage I Besluit bouwwerken leefomgeving - leegstand: leegstand zoals bedoeld in Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d van de Leegstandwet; - maatschappelijke binding: binding aan de regio zoals bedoeld in Artikel 14, derde lid, aanhef en onder b van de Huisvestingswet 2014; - maatschappelijke binding standplaatszoekenden: standplaatszoekende die ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van Pijnacker-Nootdorp. - mantelzorg: zorg zoals omschreven in Artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - mantelzorgrelatie: de uitdrukkelijke of stilzwijgende afspraak tussen de ontvanger en de verlener over de te verlenen mantelzorg; - ondersteuning: noodzakelijke hulp die wordt geleverd in het kader van het voeren van een zelfstandig huishouden; - ondersteuningsvraag: de vraag naar ondersteuning in verband met een ernstige beperking in de zelfredzaamheid die het gevolg is van een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte of psychische problemen; - onttrekkingsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in Artikel 21 van de Huisvestingswet 2014; - onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en niet door een huishouden kan worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; - prestatieafspraken: afspraken zoals bedoeld in Artikel 44 van de Woningwet; - regio: het woningmarktgebied bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer; - register: het regionale register van woningzoekenden; - register van standplaatszoekenden: een register met geregistreerde standplaatszoekenden (ook wel ‘wachtlijst’). De toewijzing van een vrijgekomen woonwagenstandplaats (en woonwagen) geschiedt aan de hand van het register van standplaatszoekenden. - SHH: de vereniging Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden; - spijtoptant een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagenstandstandplaats in de gemeente Pijnacker-Nootdorp is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw een woonwagen wenst te betrekken. Kinderen van deze standplaatszoekende vallen ook onder deze categorie. Ook bewoners die vanuit een scheiding een woonwagenstandstandplaats in de gemeente heeft moeten verlaten vallen hieronder. - splitsingsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in Artikel 22 van de Huisvestingswet 2014; - standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn, die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten (artikel 1, onder woongelegenheid, lid c). - standplaatszoekende: degene die in het register van standplaatszoekenden is ingeschreven; - starter: een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd niet als huurder over een zelfstandige woonruimte binnen de regio beschikt; - statushouders: de in Artikel 12, vierde lid van de Huisvestingswet 2014 bedoelde categorie vergunninghouders; - SVH: de vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden; - toeristische verhuur: in een woonruimte tegen betaling bieden van verblijf aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen; - toetsingscommissie: de door burgemeester en wethouders ingestelde commissie die burgemeester en wethouders adviseert ter zake van de uitvoering van artikel 4:1; - urgentieverklaring een besluit dat een woningzoekende indeelt in een urgentiecategorie zoals bedoeld in Artikel 12 van de Huisvestingswet 2014; - wettelijke taakstelling: de voor de gemeente geldende taakstelling op grond van Artikel 28 van de Huisvestingswet 2014; - woningcorporatie: een toegelaten instelling zoals omschreven in Artikel 19 van de Woningwet; - woningzoekende: het huishouden dat zich heeft ingeschreven in het regionale register van woningzoekenden; - woningvorming: het verbouwen tot twee of meer woonruimten zoals bedoeld in Artikel 21 van de Huisvestingswet 2014; - woonadres: het woonadres zoals omschreven in Artikel 1.1 onder o., onder 1° van de Wet basisregistratie personen; - woonduur: de onafgebroken periode gedurende welke een huurder de huidige woonruimte binnen de regio zelfstandig bewoont, volgens de gegevens van de basisregistratie personen; - woonoppervlakte: het totaal van de oppervlakten van de vertrekken: woonkamer, keuken, badkamer of doucheruimte, slaapkamer(s), zolderkamer indien bereikbaar via vaste trap en met ruime mate van daglichtaanwezigheid. Overige ruimtes zoals een kelder, bijkeuken, wasruimte, bergruimte of schuur, ingebouwde kasten groter dan 2 m², garage, zolder niet zijnde een vertrek, en verkeersruimten worden niet meegeteld; - woonruimte: woonruimte zoals bedoeld in Artikel 1, eerste lid, onder l. van de Huisvestingswet 2014; - woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst (artikel 1, onderdeel l, van de Wet de huurtoeslag); - woonwagenbewoners: woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur, overeenkomstig het afstammingsbeginsel. De onderscheidende cultuur verwijst naar mensen die in een woonwagen wonen (specifieke woonwijze) en deel uitmaken van een familie die van generatie op generatie bij elkaar op een locatie en in een woonwagen woont of heeft gewoond (in familieverband samenwonen op een woonwagenlocatie). - zelfstandige woonruimte: zoals omschreven in Artikel 234 van het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel