Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014 kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de splitsing gediende belang;
het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de splitsingsvergunning;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand;
in strijd is met de bepalingen uit het ter plaatse geldende omgevingsplan of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het omgevingsplan of
de toestand van het gebouw waarop de aanvraag om splitsingsvergunning betrekking heeft, zich uit het oogpunt van indeling of de staat van onderhoud geheel of deels tegen splitsing verzet.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:11.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Vierde herziening Huisvestingsverordening Pijnacker-Nootdorp 2023