Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6:2

Toewijzing

Onderdeel van Vierde herziening Huisvestingsverordening Pijnacker-Nootdorp 2023

1.. In afwijking van in lid 2 tot en met 5 van dit artikel wordt bij de eerstvolgende nieuwe locatie voor woonwagenstandplaatsen die gerealiseerd wordt na vaststellen van het beleid in 2025 eenmalig voorrang gegeven aan standplaatszoekenden die in het verleden vanuit een woonwagenstandstandplaats in de woningmarktregio Haaglanden zijn verhuisd naar een reguliere woning in de woningmarktregio en ten tijde van de publicatie van de 4e wijziging Huisvestingsverordening Pijnacker-Nootdorp 2023 en op het moment van toewijzing van de woonwagenstandplaats economisch dan wel maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente Pijnacker-Nootdorp en graag opnieuw een woonwagen wensen te betrekken. Wanneer er sprake is van meer standplaatszoekenden (die aan de drie genoemde criteria voldoen) dan beschikbare woonwagenstandplaatsen, geschiedt toewijzing op basis van (notariële) loting. In het geval van minder animo, wordt de reguliere volgorde toewijzing woonwagenstandplaatsen toegepast. Bij het ontwikkelen van nieuwe woonwagenlocaties als bedoeld in dit lid, kan de eerste toewijzing niet plaatsvinden op basis van de bepalingen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a tot en met c. In dit geval wordt de volgorde bepaald aan de hand van de toewijzingscriteria genoemd vanaf het tweede lid, aanhef en onder d tot en met j. 2.. Op het moment dat een standplaats vrijkomt, geldt de volgorde die dan uit het gemeentelijk register van standplaatszoekenden op te maken valt. Daarbij wordt de volgende volgorde toegepast: inwonende kinderen vanaf 21 jaar, van een hoofdbewoner op de woonwagenlocatie waarop de vrijkomende standplaats is gelegen; eerstegraads familie van een hoofdbewoner op de woonwagenlocatie waarop de vrijkomende standplaats is gelegen met binding; tweedegraads familie van een hoofdbewoner op de woonwagenlocatie waarop de vrijkomende standplaats is gelegen met binding; inwonende kinderen vanaf 21 jaar, van een hoofdbewoner op een woonwagenlocatie binnen de gemeente; familie (eerste- of tweedegraads) van een hoofdbewoner op een woonwagenlocatie binnen de gemeente met binding; standplaatszoekenden met binding met de gemeente; familie (eerste-, tweedegraads of derdegraads) van een hoofdbewoner op een woonwagenlocatie binnen de gemeente woonachtig binnen de regio; overige standplaatszoekenden woonachtig binnen de regio; overige standplaatszoekenden woonachtig buiten de regio; overige standplaatszoekenden die niet voldoen aan het afstammingsbeginsel. 3.. Binnen de verschillende categorieën benoemd in lid 2 onder a tot en met j wordt op volgorde van registratie in het gemeentelijk register van standplaatszoekenden toegewezen 4.. Bij gelijke registratieduur gaat de standplaatszoekende met de langste woonduur binnen de gemeente voor. De woonduur start op het moment dat de persoon 18 jaar is en binnen de gemeente woont. 5.. Bij gelijke registratieduur en woonduur binnen de gemeente wordt op basis van (notariële) loting toegewezen.

Rechtspraak bij dit artikel