Onderstaande punten gelden voor elke medewerker, waarbij er verschillen bestaan in de (ruimte binnen de) kaders waarin zij werken.
De medewerker is een professional die verantwoordelijkheid krijgt en neemt voor het werk en de uit te voeren taken. Vertrouwen en ruimte voor initiatief zijn in balans met de zakelijkheid en professionaliteit die dat vraagt.
Elke medewerker is erop gericht om in samenhang en over organisatiegrenzen heen te werken door vanuit verschillende vakgebieden, perspectieven en organisaties te komen tot oplossingen.
De medewerker beweegt zich vanuit de thuisbasis van het eigen team door de organisatie.
De medewerker kan verschillende rollen vervullen binnen de eigen functie.
De medewerker werkt in professionele verbinding: maakt gebruik van expertise en competenties van collega’s en is gericht op leren.
Integraal werken is de basis voor regulier werk, projectmatige werkzaamheden en opgavegericht werken, waarbij nadrukkelijk het samenspel gezocht wordt met bedrijven, instellingen en bewoners.
De medewerker is verantwoordelijk om diens werk te organiseren binnen de kaders van onze organisatie, waar nodig of gewenst met ondersteuning van het team (op inhoud) of de manager (prijs-planning-prestatie c.q. persoonlijke begeleiding en ontwikkeling).
Medewerkers kunnen de taak krijgen om te sturen op dagelijkse werkzaamheden van collega’s en een rol als gedelegeerd opdrachtgever krijgen. Deze rol wordt geformaliseerd door vast te leggen wat de delegatie inhoudt, welke kaders er gelden en hierover te communiceren naar betrokken collega’s.
De medewerker is verantwoordelijk voor de kwaliteit en tijdigheid van het werk en de daarvoor benodigde afstemming. Medewerkers zijn op inhoud het aanspreekpunt voor het geleverde werk, zowel vooraf, tijdens de uitvoering als daarna. Medewerkers kunnen gemaakte keuzes in het werk uitleggen en verantwoorden. De bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van de medewerkers worden hierop toegespitst.
De medewerker pakt op eigen initiatief werk op binnen het eigen taakgebied. Dit gebeurt altijd binnen een duidelijke opdracht en in afstemming met de opdrachtgever of leidinggevende.
De medewerker kan, conform CAO gemeenten artikel 11.6, bij buitengewone omstandigheden aangewezen worden om werkzaamheden te verrichten in het kader van de Wet veiligheidsregio’s, mits de persoonlijke omstandigheden van de medewerker dat redelijkerwijs toelaten.