Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Kleinschalige kampeerterreinen

Onderdeel van Beleidsnotitie verblijfsrecreatie

Huidige situatie De beheersverordening staat het gebruik van gronden voor kleinschalige kampeerterreinen (mini-campings) in beginsel niet toe. Echter, met een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag hiervan afwijken, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Van 15 maart tot en met 31 oktober is kamperen toegestaan, mits het kampeerterrein binnen of direct aansluitend aan het bouwvlak is gesitueerd en minimaal 50 meter van de perceelgrens van buiten het bedrijf gelegen woningen of bedrijfsgebouwen ligt. Het maximale aantal kampeerplaatsen is 25 en het terrein moet minimaal 500 meter van een ander kampeerterrein liggen. Het kampeerterrein moet landschappelijk worden ingepast volgens Bijlage 6 van het Landschappelijk Ontwikkelingskader De Wolden (LOK). Kamperen is niet toegestaan op essen, in beschermde dorpsgezichten, cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen, open gebieden rondom die kernen, en binnen 50 meter van natuurgebieden. Kampeerterreinen mogen niet op gronden met de functie Bos en Natuur worden gesitueerd. Semipermanente kampeermiddelen of -accommodaties zijn toegestaan, met maximaal één bij minicampings tot 10 kampeerplaatsen en maximaal twee bij minicampings van 10-25 kampeerplaatsen. Deze moeten worden verwijderd van 1 november tot 15 maart. Daarnaast mogen bij woningen en (agrarische) bedrijven gebouwtjes voor sanitaire voorzieningen worden gebouwd, mits de gezamenlijke oppervlakte per kampeerterrein niet meer dan 50 m² bedraagt en de goothoogte van een gebouw maximaal 3 meter is. Voor bestaande kampeerterreinen is een vergunning vereist. Kamperen buiten de nabijheid van woningen en bedrijven kan tijdelijk worden toegestaan voor bijzondere vormen zoals groepen met sociale, educatieve of wetenschappelijke doelen en natuurkamperen. Dit mag geen onevenredige afbreuk doen aan de woon- of bedrijfssituatie op nabijgelegen erven. Deze tijdelijke kampeerterreinen moeten minimaal 50 meter van woningen of bedrijven liggen en minimaal 500 meter van andere kampeerterreinen. FIGUUR 2 INDICATIE AANBOD KLEINSCHALIGE KAMPEERTERREINEN Toekomstige situatie Om het product kleinschalig kamperen te behouden en de kwaliteit van de omgeving te beschermen is het wenselijk om de onderlinge afstand tussen kleinschalige kampeerterreinen te vergroten. Hiermee kan de verkeersdrukte en het aantal voertuigen dat zich binnen een bepaald gebied beweegt enigszins worden beperkt. Daarnaast wordt door het vergroten van de onderlinge afstand de druk op het landschap verminderd. Het instellen van een grotere onderlinge afstand draagt bij aan een evenwichtige, onderscheidende en duurzame toeristische ontwikkeling. Gelet op het vorenstaande wordt de onderlinge afstand vergroot naar 1000 m. De periode van 15 maart tot 31 oktober, waarin het kampeerterrein open mag zijn voor toeristen blijft gelijk. Jaarrond openstelling blijft alleen mogelijk op reguliere kampeerterreinen. Voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied moet rekening gehouden worden met spuitzonering. Dit geldt ook bij de toevoeging van nieuwe kleinschalige kampeerterreinen.

Rechtspraak bij dit artikel