Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie bedraagt: 33,33% van de subsidiabele kosten tot een maximum bijdrage van €325.000 per aanvraag voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdelen a, d en e; 20% van de subsidiabele kosten tot een maximum bijdrage van €200.000 per aanvraag voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdelen b en c; 20% van de subsidiabele kosten tot een maximum bijdrage van €100.000 per vijf kalenderjaren voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel f; 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van €500.000 per aanvraag en maximaal éénmaal per vijf kalenderjaren per kleed- of clubhuisgebouw voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel g; een borgstelling voor de rente en aflossing van een door een bank op voorspraak van SWS aan een sportvereniging verstrekte lening. De borgstelling betreft maximaal € 700.000 waarbij SWS en het college dan ieder voor 50% borg staan voor een periode van maximaal 20 jaar. 2.. Voor kleine investeringen van aanvragers gevestigd in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost bedraagt de subsidie voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdelen a, d en e: bij totale subsidiabele kosten tussen €7.500 en €30.000: 2/3e van de subsidiabele kosten tot een maximum van €20.000 per aanvraag; bij totale subsidiabele kosten tussen €30.001 en €50.000: een vast bedrag van €20.000. 3.. Voor kleine investeringen van aanvragers die zich hoofdzakelijk richten op de voetbalsport, bedraagt de subsidie voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdelen a, d en e: bij totale subsidiabele kosten tussen €7.500 en €30.000: 2/3e van de subsidiabele kosten tot een maximum van €20.000 per aanvraag; bij totale subsidiabele kosten tussen €30.001 en €50.000: een vast bedrag van €20.000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel