Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Moet ik zelf iets betalen van mijn inkomen?

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand van de gemeente Noordenveld

Als de inwoner een inkomen heeft dat niet hoger is dan de bijstandsnorm, dan hoeft de inwoner uit zijn inkomen niets bij te dragen aan de kosten. De inwoner heeft dan geen draagkracht. Ligt het inkomen boven de bijstandsnorm dan moet de inwoner met (een deel van) zijn meer-inkomen bijdragen aan de kosten. Dat is de eigen bijdrage van de inwoner en wordt ook wel draagkracht genoemd. Voor het bepalen van de draagkracht tellen alle inkomsten mee waar de inwoner over beschikt of redelijkerwijs kan/zou kunnen beschikken. Wanneer er executoriaal beslag is gelegd op het inkomen of vermogen wordt het bedrag daarvan niet als inkomen of vermogen meegeteld. Wanneer er een formele schuldenregeling is getroffen (WSNP of minnelijke schuldenregeling) waarvoor gelden worden gereserveerd worden deze gelden niet als inkomen meegeteld. Wordt de bestuursrechtelijke premie afgedragen aan het CAK, dan moet het verhogingsdeel van de premie in mindering worden gebracht op de draagkracht. Het premiedeel moet niet in mindering worden gebracht op de draagkracht. Inkomsten die de wet vrijlaat bij algemene bijstand, laten we ook vrij bij de bijzondere bijstand. Dat betekent dat die inkomsten niet meetellen bij het bepalen van de draagkracht. De draagkracht op grond van het inkomen hangt af van de situatie van de inwoner en de soort kosten waarvoor de inwoner bijstand aanvraagt. De studiefinanciering geldt als voorliggende voorziening. In hoeverre dat van invloed is op de bijzondere bijstand hangt af van de leeftijd van betrokkene. Is betrokkene jonger dan 27 jaar? Dan is geen recht op bijzondere bijstand op grond van artikel 13 lid 2 onder c Participatiewet. Is betrokkene 27 jaar of ouder? Dan is de studiefinanciering een passende en toereikende voorliggende voorziening op grond van artikel 15 lid 1 Participatiewet. De draagkracht is 100% van het meer-inkomen als de inwoner bijzondere bijstand aanvraagt voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Het gaat bijvoorbeeld om de volgende kosten: woonkosten; verwervingskosten voor zover deze niet worden vergoed vanuit Participatiegelden; duurzame gebruiksgoederen; rente en aflossing geldlening. De draagkracht is 35% van het meer-inkomen voor overige kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren. Inkomensbepalingen Bij een regelmatig inkomen wordt de draagkracht vastgesteld aan de hand van het inkomen in de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Bij een onregelmatig inkomen wordt uitgegaan van de meest recente gegevens over de voorgaande drie maanden of (wanneer daar aanleiding toe is) een jaar (dit kan bijvoorbeeld een boekhoudrapport zijn).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel