Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Over welke periode wordt de draagkracht berekend?

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand van de gemeente Noordenveld

De gemeente stelt de draagkracht vast voor een periode van maximaal 12 maanden. Dit is het draagkrachtjaar. De gemeente berekent dan wat de inwoner in die periode zelf kan bijdragen aan de kosten. De periode begint op de 1e dag waarop de kosten worden gemaakt en eindigt op 31 december van hetzelfde jaar. Bij draagkracht uit meer-inkomen, wordt dit meer-inkomen in het geval van maandelijks terugkerende kosten telkens per maand op de bijzondere bijstand in mindering gebracht. Bij draagkracht uit meer-vermogen, wordt de eenmalige of maandelijkse bijzondere bijstand eerst met het in te teren vermogen verlaagd. Vanaf het moment dat de draagkracht volledig is benut wordt tot uitbetaling van de bijzondere bijstand over gegaan. De draagkracht wordt per ‘draagkrachtperiode’ vastgesteld, dat wil zeggen over een periode van twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend dan wel de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Een nieuw draagkrachtjaar hoeft dus niet aan te sluiten op een vorig draagkrachtjaar. Het meenemen van de draagkracht over een langere periode dan een jaar kan in voorkomende gevallen aan de orde zijn. Een voorbeeld daarvan is bij bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen. Wanneer bij ongewijzigde omstandigheden binnen de vastgestelde draagkrachtperiode een nieuwe aanvraag voor bijzondere bijstand wordt ingediend, blijft de eerder vastgestelde draagkracht voor die periode gelden. Wanneer er periodieke bijzondere bijstand wordt toegekend wordt de draagkracht in de draagkrachtperiode voorlopig vastgesteld. De definitieve draagkracht wordt achteraf bepaald, wanneer er een volledig inzicht kan worden verkregen in de daadwerkelijke inkomsten. Bij draagkracht uit meer-inkomen, wordt dit meer-inkomen in mindering gebracht op de toegekende bijzondere bijstand. In het geval van maandelijks terugkerende kosten wordt het meer-inkomen gedeeld door 12 telkens per maand op de bijzondere bijstand in mindering gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel