Hier onder volgt een lijst met soorten kosten waarvoor bijzondere bijstand kan worden verleend. Daarnaast kan er als gevolg van individuele bijzondere omstandigheden sprake zijn van andere meerkosten en kan verlening van bijzondere bijstand aan de orde zijn. Wanneer de noodzaak van de kosten is aangetoond kan bijzondere bijstand worden verleend. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op de bedragen genoemd in de NIBUD-lijst, tenzij in dit beleid anders is aangegeven.
4.4.1Kosten voeding
De kosten van voeding behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan waardoor de verlening van bijzondere bijstand in principe niet aan de orde is. Alleen bij een door een deskundige vastgestelde (medische) indicatie die door belanghebbende moet worden aangetoond kunnen de meerkosten worden vergoed. Deze meerkosten kunnen bestaan uit een maaltijdvoorziening of dieetkosten.
Uitgangspunt voor de berekening van de bijzondere bijstand vormen de kosten van voeding zoals opgenomen in de NIBUD-lijst. De meerkosten boven de kosten van een ‘normale’ maaltijd of dieet komen voor bijzondere bijstand in aanmerking voor zover zij niet worden vergoed door de zorgverzekeraar.
4.4.2 Woonkostentoeslag bij huur
De woonkostentoeslag kan alleen worden verstrekt voor een door de inwoner zelf bewoonde woning. Voor de huur van een woning kan de inwoner in principe huurtoeslag krijgen. Bijzondere bijstand is daarom meestal niet mogelijk. In 2 situaties is dat anders. De gemeente kan bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag verstrekken, als de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen:
over de eerste maand huur; of
omdat de huur te hoog is.
4.4.2.1 Eerste maand huur
Huurtoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, mits de inwoner op die eerste dag al op dat adres was ingeschreven. Anders gaat de huurtoeslag een maand later in. Als dat het geval is, kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken ter hoogte van de niet ontvangen huurtoeslag over de gebroken eerste maand, vanaf de dag van inschrijving.
4.4.2.2 Te hoge huur woning
Als huurtoeslag niet mogelijk is omdat de huur te hoog is, kan de gemeente bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag verstrekken.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag als volgt:
De maximale huurtoeslag die hoort bij de maximale huurgrens wordt vastgesteld;
De te betalen huur wordt verlaagd met de maximale huurgrens;
De bedragen waarop wordt uitgekomen worden bij elkaar opgeteld en als woonkostentoeslag verstrekt.
Onder ‘huur’ verstaan we de ‘kale’ huur. Dat is de huur die voor de huurtoeslag meetelt. We houden geen rekening met servicekosten.
De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. De inwoner is in die periode verplicht om:
actief en aantoonbaar te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en
als woningzoekende ingeschreven te staan bij diverse woningstichtingen/corporaties, en op de particuliere woningmarkt;
Het inkomen van de inwoner boven de bijstandsnorm telt volledig mee als draagkracht. Het vermogen boven de vermogensgrens telt eveneens volledig mee als draagkracht.
4.4.3 Woonkostentoeslag bij eigen woning
De woonkostentoeslag kan alleen worden verstrekt voor een door de inwoner zelf bewoonde woning. Een inwoner die een eigen huis bewoont kan geen huurtoeslag krijgen. De gemeente kan toch een woonkostentoeslag verstrekken.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag op dezelfde manier als bij een huurwoning met hoge huur, zie artikel 4.4.2.2. In plaats van huur wordt rekening gehouden met de volgende woonkosten:
de kosten van de aflossing en hypotheekrente, na aftrek van de teruggaaf Inkomstenbelasting voor die kosten, en
de zakelijke lasten van de woning, zijnde de gemeentelijke belastingen die alleen huiseigenaren betalen.
De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. De inwoner is in die periode verplicht om:
actief en aantoonbaar te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en
als woningzoekende ingeschreven te staan bij diverse woningstichtingen/corporaties, en op de particuliere woningmarkt;
of de inwoner is verplicht om een andere koopwoning aan te schaffen waardoor er geen woonkostentoeslag meer noodzakelijk is.
Het inkomen van de inwoner boven de bijstandsnorm telt volledig mee als draagkracht. Het vermogen boven de vermogensgrens telt eveneens volledig mee als draagkracht.
Verlenging woonkostentoeslag huurwoning of eigen woning
Verlenging van de woonkostentoeslag is mogelijk voor de periode van maximaal 12 maanden, indien de inwoner aan kan tonen dat men in redelijkheid geen goedkopere woonruimte heeft kunnen verkrijgen of wanneer één van de onderstaande situaties aan de orde is:
de woning is voor de inwoner aangepast via de WMO of een andere regeling van de overheid en
de kosten van een aanpassing van een andere woning wegen niet op tegen de kosten van de bijzondere bijstand en;
de medische noodzaak van de woningaanpassing is vastgesteld via een deskundigenrapport.
4.4.4Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in inrichting
De inwoner die opgenomen wordt in een inrichting, kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand in de vaste lasten van de woning die hij achterlaat, als:
het noodzakelijk is om die woning aan te houden, en
het plan is om binnen 6 maanden terug te keren naar de woning.
De gemeente verstrekt bijzondere bijstand in de noodzakelijke woonlasten. Dit zijn de huur, rente en aflossing (in het geval van een eigen woning) en voorschotnota’s voor gas, licht en water.
Wanneer de opname in de inrichting langer duurt dan 6 maanden en dit was vooraf niet te voorzien, dan kan de bijzondere bijstand met 6 maanden worden verlengd.
Indien de inwoner op het moment van opname in de inrichting algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt wordt in het algemeen de oorspronkelijk vastgestelde bijstandsnorm gehandhaafd tot en met de laatste dag van de tweede maand volgend op die waarin de opname in de inrichting plaatsvond. De inwoner kan uit deze bijstandsnorm zijn vaste woonlasten voldoen.
De bijzondere bijstand volgend op deze twee maanden wordt als volgt vastgesteld: (1) de van toepassing zijnde inrichtingsnorm (artikel 23 Participatiewet) wordt uitbetaald in de vorm van algemene bijstand en er wordt (2) bijzondere bijstand verstrekt in de vaste woonlasten.
4.4.5 Uitvaartkosten
De noodzakelijk te achten kosten van een begrafenis of crematie behoren voor de overledene tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. De kosten dienen door de eventuele erfgenamen te worden betaald uit de voorliggende voorzieningen, zoals de nalatenschap, een uitvaartverzekering of een overlijdensuitkering. Wanneer deze kosten hieruit niet kunnen worden betaald, komen ze voor rekening van degene die opdracht geeft tot de begrafenis of crematie.
Wanneer er geen erfgenamen zijn of wanneer deze weigeren de begrafenis of crematie te verzorgen, dan is de gemeente op grond van de Wet op de lijkbezorging verplicht te zorgen voor de begrafenis of crematie. Deze wet wordt uitgevoerd door het team Burgerzaken. Bijzondere bijstand is voor uitvaartkosten dan ook niet mogelijk.
4.4.6 Witgoedregeling
Inwoners die, langer dan drie jaren, zijn aangewezen op een inkomen op bijstandsniveau kunnen vaak moeilijk sparen. Daarom is besloten om deze groep in bepaalde kosten tegemoet te komen. Onder voorwaarden kunnen deze inwoners in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de vervanging van een:
Wasmachine;
Koelkast/ koelvriescombinatie;
Fornuis (gas/elektrisch)
Naast het drie-jaars-criterium gelden de volgende voorwaarden:
de aanvraag dient vooraf te worden ingediend onder overlegging van een prijsopgave en;
er dient geen sprake te zijn van een eerste aanschaf van het goed, maar van vervanging in verband met een defect en;
reparatie van het apparaat is niet meer mogelijk dan wel de kosten van reparatie zijn dusdanig hoog dat dit niet in verhouding staat tot de kosten van de aanschaf van een nieuw apparaat;
de aanschaf dient noodzakelijk te zijn en;
er dient daadwerkelijk tot aanschaf te worden overgegaan en;
voor het te vervangen apparaat kan slechts 1 maal per 8 jaar bijzondere bijstand op grond van deze regeling om niet worden toegekend (gemiddelde levensduur);
genoemde 8 jaar is eveneens van toepassing wanneer er eerder witgoed is aangeschaft op grond van artikel 4.4.8.2.1 van dit beleid.
Voor de vaststelling van de maximale hoogte van de bijzondere bijstand wordt aangesloten bij de prijzenlijst van NIBUD.
4.4.7Baby-uitzet
De kosten van een kraampakket/babyuitzet zijn in principe voor eigen rekening. De inwoner kan zich op de bevalling voorbereiden en daarvoor geld opzij leggen of een andere oplossing zoeken. In bijzondere omstandigheden is er toch bijzondere bijstand mogelijk. Daarvoor geldt het volgende:
De inwoner moet eerst een beroep doen op Stichting Babyspullen.
De component kleding kan worden verstrekt via Stichting Babyspullen en wordt niet verstrekt via de bijzondere bijstand.
De gemeente stelt de hoogte van de bijzondere bijstand vast op basis van de goedkoopste passende voorziening, zoals genoemd in de actuele prijzengids van het Nibud, maximaal het bedrag van het basispakket voor babyartikelen;
De bijzondere bijstand is éénmalig.
4.4.8Verhuizing en woninginrichting
4.4.8.1 Verhuiskosten
De kosten van een verhuizing moet de inwoner in principe zelf betalen. Men wordt geacht voor dergelijke kosten te reserveren dan wel een betalingsregeling te treffen. Alleen in bijzondere individuele omstandigheden kunnen de kosten worden vergoed.
4.4.8.2 Woninginrichting
De kosten van het inrichten van de woning moet de inwoner in principe zelf betalen. Men wordt geacht voor dergelijke kosten te reserveren dan wel een betalingsregeling te treffen. Alleen in bijzondere individuele omstandigheden kunnen de kosten worden vergoed.
4.4.8.2.1 Bijzondere bepalingen woninginrichting
Wanneer bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor de eerste aanschaf van woninginrichting (meubilair, duurzame gebruiksgoederen, etc.) zal doorverwijzing naar een kredietbank plaatsvinden voor het aangaan van een lening om deze kosten te betalen. Van een eerste aanschaf is sprake wanneer de inwoner nog niet eerder zelfstandig in een woning heeft gewoond. Hierbij kan verlening van bijzondere bijstand in de vorm van borgtocht, als genoemd in artikel 51 Participatiewet, aan de orde zijn. In bijzondere gevallen kan de gemeente de bijzondere bijstand zelf als een lening verstrekken. Dit wordt individueel bepaald. Voor de maximale hoogte van de kosten van de eerste aanschaf wordt uitgegaan van 75% van de NIBUD-normen. In het kader van duurzaamheid verwacht de gemeente Noordenveld dat een deel van de inrichting van de woning met tweedehands artikelen wordt gedaan.
De looptijd van de geldleningen is maximaal 36 maanden. De geldlening dient gedurende de looptijd te worden afgelost met 5 % van de voor de inwoner geldende bijstandsnorm. Indien er rente over de lening is verschuldigd bedraagt de maandtermijn voor rente en aflossing samen 5 % van de voor de inwoner geldende bijstandsnorm. Voor het meerdere aan rente kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
Indien er gedurende 36 maanden volledig is voldaan aan de betalingsverplichting en er sprake is van een restbedrag van de lening, wordt voor dit restbedrag kwijtschelding verleend.
4.4.9 Rechtsbijstand
De inwoner die een rechtsbijstandverlener toegewezen krijgt op grond van de Wet op de rechtsbijstand, betaalt doorgaans een eigen bijdrage. Voor die eigen bijdrage is bijzondere bijstand mogelijk.
4.4.10Griffierechten
De inwoner met een toegevoegde advocaat kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de griffierechten die moet worden betaald om een procedure te voeren. Heeft de inwoner geen toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand, dan beoordeelt de gemeente per situatie of de procedure noodzakelijk is. Is dat zo, dan is bijzondere bijstand mogelijk voor de griffierechten.
4.4.11Bewindvoering, curatele, mentorschap en kosten voor PGB beheer
4.4.11.1 Bewindvoering
Zodra de kantonrechter de inwoner onder (beschermings)bewind stelt, kan de inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten die de bewindvoerder in rekening brengt. De bijzondere bijstand die de gemeente verstrekt wordt berekend volgens de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft. Deze beschikking moet altijd bij de aanvraag worden ingediend.
De bijzondere bijstand wordt toegekend voor onbepaalde tijd, tenzij de bewindvoering voor een vaste periode is opgelegd. In dat geval wordt de bijzondere bijstand toegekend voor de periode waarvoor het bewind is vastgesteld.
Het recht op bijzondere bijstand kan worden gewijzigd wanneer er zich wijzigingen in de omstandigheden van de inwoner voordoen waardoor het recht op bijzondere bijstand vervalt of op een ander bedrag dient te worden vastgesteld.
De bewindvoerder is evenals de inwoner verplicht alle wijzigingen die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de bijzondere bijstand per omgaande te melden.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt jaarlijks aan het begin van een kalenderjaar opnieuw vastgesteld.
De bewindvoerder is daarom verplicht geval jaarlijks in januari door de gemeente nader te bepalen stukken in te leveren.
De uitbetaling van de bijzondere bijstand wordt jaarlijks per 1 januari opgeschort, tot het moment dat de gemeente op grond van de jaarlijks in te leveren stukken de hoogte van de bijzondere bijstand, alsmede de draagkracht van de inwoner, heeft kunnen vaststellen.
4.4.11.2 Curatele
Nadat de kantonrechter de inwoner onder curatele heeft gesteld, kan de inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten die de curator in rekening brengt. De bijzondere bijstand die de gemeente verstrekt wordt berekend volgens de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft. Een tariefswijziging wordt pas doorgevoerd wanneer de kantonrechter hierover een besluit heeft genomen.
De bijzondere bijstand wordt toegekend voor onbepaalde tijd, tenzij de curatele voor een vaste periode is opgelegd. In dat geval wordt de bijzondere bijstand toegekend voor de periode waarvoor de curatele is vastgesteld.
Het recht op bijzondere bijstand kan worden gewijzigd wanneer er zich wijzigingen in omstandigheden van de inwoner voordoen waardoor het recht op bijzondere bijstand vervalt of op een ander bedrag dient te worden vastgesteld
De curator is evenals de inwoner verplicht alle wijzigingen die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de bijzondere bijstand per omgaande te melden.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt jaarlijks aan het begin van een kalenderjaar opnieuw vastgesteld.
De curator is daarom verplicht geval jaarlijks in januari door de gemeente nader te bepalen stukken in te leveren.
De uitbetaling van de bijzondere bijstand wordt elk jaar per 1 januari opgeschort, tot het moment dat de gemeente op grond van de jaarlijks in te leveren stukken de hoogte van de bijzondere bijstand, alsmede de draagkracht van de inwoner, heeft kunnen vaststellen.
4.4.11.3 Mentorschap
Zodra de kantonrechter een mentor voor de inwoner heeft aangesteld kan de inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten die de mentor in rekening brengt. De bijzondere bijstand die de gemeente verstrekt wordt berekend volgens de Regeling curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft.
De bijzondere bijstand wordt toegekend voor onbepaalde tijd, tenzij het mentorschap voor een vaste periode is opgelegd. In dat geval wordt de bijzondere bijstand toegekend voor de periode waarvoor het mentorschap is vastgesteld.
Het recht op bijzondere bijstand kan worden gewijzigd wanneer er zich wijzigingen in omstandigheden van de inwoner voordoen waardoor het recht op bijzondere bijstand vervalt of op een ander bedrag dient te worden vastgesteld
De mentor is evenals de inwoner verplicht alle wijzigingen die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de bijzondere bijstand per omgaande te melden.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt jaarlijks aan het begin van een kalenderjaar opnieuw vastgesteld.
De mentor is daarom verplicht geval jaarlijks in januari door de gemeente nader te bepalen stukken in te leveren.
De uitbetaling van de bijzondere bijstand wordt jaarlijks per 1 januari opgeschort, tot het moment dat de gemeente op grond van de jaarlijks in te leveren stukken de hoogte van de bijzondere bijstand, alsmede de draagkracht van de inwoner, heeft kunnen vaststellen.
4.4.11.4 Kosten voor PGB beheer
Er is geen bijzondere bijstand mogelijk voor de kosten van PGB beheer. Deze kosten zijn het gevolg van de eigen keuze voor hulp in natura of een PGB. Om die reden kunnen deze kosten niet afgewenteld worden op de bijstand.
4.4.12 Reiskosten
Reiskosten kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Normaal gesproken behoort dit tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
Reiskosten in verband met geneeskundige behandelingen (verminderd met de eventuele vergoeding van een zorgverzekeraar) komen in aanmerking voor bijzondere bijstand.
Reiskosten in verband met bezoek aan een gezinslid die in het ziekenhuis of verpleeginrichting verblijft komen in principe voor bijzondere bijstand in aanmerking. Er wordt daarbij uitgegaan van de opgave van het aantal bezoeken van belanghebbende, met een maximum van één bezoek per dag.
Reiskosten in verband met een eerste aanvraag of verlenging van een verblijfsvergunning komen in aanmerking voor bijzondere bijstand.
De vergoeding wordt gebaseerd op de werkelijke kosten van het openbaar vervoer of de hoogte van het bedrag dat de Belastingdienst hanteert bij het gebruik van een eigen auto voor woon-werkverkeer. Daarnaast worden noodzakelijke parkeerkosten vergoed tot maximaal € 5,00 per bezoek.
Reiskosten in verband met het volgen van ISK-onderwijs op meer dan 10 km enkele reis van de woonplaats komen in aanmerking voor bijzondere bijstand tot maximaal 50% van de kosten van het openbaar vervoer.
4.4.13 Legeskosten
Voor legeskosten wordt geen bijzondere bijstand verleend aangezien het gaat om kosten die behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Alleen in geval van bijzondere omstandigheden kan bijzondere bijstand worden verleend.
Voor verlening van bijzondere bijstand komen de kosten voor een eerste aanvraag of verlenging van een verblijfsdocument wel in aanmerking. Wanneer bijzondere bijstand wordt verstrekt worden de voor een Nederlands identiteitsbewijs geldende kosten in mindering gebracht. Die kosten worden namelijk door iedere Nederlander gemaakt (algemeen gebruikelijk).
De kosten die zijn verbonden aan naturalisatie komen niet voor verlening van bijzondere bijstand in aanmerking. Het gaat in deze immers om kosten die gepaard gaan met een vrijwillige keuze.
4.4.14 Premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandige
Het kan noodzakelijk zijn om een zelfstandige gedurende de periode dat hij een uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen 2004 een arbeidsongeschiktheidsverzekering te laten aanhouden. Dit mede om te voorkomen dat deze na beëindiging van die uitkering wordt geconfronteerd met acceptatieproblemen of aanmerkelijk ongunstige voorwaarden.
Voor de kosten die een zelfstandige moet maken voor deze verzekering kan bijzondere bijstand worden verleend. De bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een renteloze lening.
Voor de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is geen bijzondere bijstand mogelijk indien de zelfstandige deze verzekering nog niet had op het moment dat hij de uitkering voor levensonderhoud aanvroeg.
4.4.15 Kosten boekhoudkundig verslag zelfstandige
Als onderdeel van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen 2004 dient bij aanvragen en bij heronderzoeken door aanvragers een boekhoudverslag te worden ingediend. Indien de zelfstandige niet in staat is de kosten daarvoor te voldoen, kan bijzondere bijstand worden verleend. De bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een renteloze lening.
Bijzondere bepalingen
De als lening verstrekte bijzondere bijstand voor zelfstandigen genoemd in artikel 4.4.14 en artikel 4.4.15 wordt omgezet in een bedrag om niet indien na overlegging van het boekhoudverslag over het jaar waarvoor de bijzondere bijstand is verleend blijkt dat de zelfstandige over onvoldoende draagkracht beschikt om de gemaakte kosten zelf te dragen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Overige soorten bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand van de gemeente Noordenveld